Protestantse gemeente te
 
Vriescheloo
 
Merkteken PKN
Preek 5 november 2006
 

Inhoudsopgave

Liturgie
Preek

Dit is de derde uit een serie van vier preken over het bijbelboek Openbaring. Klik voor de andere afleveringen op: eerste, tweede of vierde.


Liturgie

Aanvangslied
Psalm 122
Groet
Stil gebed
Bemoediging
Gebed van toenadering en kyrie & gloria door zang- en muziekgroep Joy
Heer, vergeef ons
Joy, joy, joy
Gebed om verlichting met de heilige Geest
Gesprekje met de kinderen (Anneke Koskamp)
De kinderen gaan naar de kindernevendienst
Lied
Gezang 299:1, 3, 8, 9
Schriftlezing
Lied
Gezang 279:1, 3, 5, 7
Schriftlezing
Zang- en muziekgroep Joy
Lied van Gods liefde
Hij is het Licht
Preek
Lied
Gezang 439:4, 5, 6, 7
Zang- en muziekgroep Joy
Geloofsbelijdenis
De roos
Gebeden
Inzameling van de gaven
Slotlied
Gezang 296
Zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Dit is alweer de derde aflevering van de serie preken over het boek Openbaring. Volgende keer dat ik voorga, op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, sluiten we de serie af met Openbaring 21 en 22. De eerste keer hebben we Openbaring 1 gelezen, waarin Johannes, de schrijver van het boek, geïntroduceerd wordt. Hij krijgt allerlei visioenen en in een van die visioenen - dromen, zo u wilt - wordt hem opgedragen al die visioenen op te schrijven. Dat doet hij, en het resultaat van zijn geschrijf is het boek Openbaring.

Openbaring gaat, zo zou je kunnen zeggen, over de strijd tussen goed en kwaad. Van die strijd merken we in ons leven heel veel. Overal op aarde woedt die strijd: oorlogen, gevechten om macht en om geld en om invloed. Maar die strijd speelt zich ook af in onze eigen ziel. Wie kent niet de strijd tegen je eigen begeerten en behoeften en verlangens waarvan je weet dat ze verkeerd zijn?

Al die gevechten, die conflicten tussen goed en kwaad, vinden plaats in onze eigen ziel en tussen mensen onderling. Maar op de achtergrond van al die gevechten staan God, het ultieme goed, en Satan, het ultieme kwaad. Vorige keer hebben we Openbaring 6 en 7 gelezen. Openbaring 6 gaat over de woede van God over mensen die zich hebben laten leiden door Satan. Er gaan verschrikkelijke dingen gebeuren met die mensen. Openbaring 6 eindigt met hun noodkreet. “Ze riepen de bergen en de rotsen toe: ‘Val op ons neer! Verberg ons voor het oog van hem die op de troon zit en voor de toorn van het lam! Want nu is de grote dag van hun toorn aangebroken, en wie kan die doorstaan?’”

Openbaring 7 gaat daarentegen over de mensen die zich in hun leven door God hebben laten leiden. Met die mensen zal het goed gaan. “Want,” zo staat aan het einde van Openbaring 7, “het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.”

Maar vergist u zich niet! Denk niet: nou ja, ik zit hier netjes in de kerk, dus mij kan niets gebeuren. Want er zijn, met uitzondering van Jezus, geen mensen die helemaal goed zijn. Er zijn ook geen mensen die volslagen slecht zijn. Er is wat dit betreft geen zwart-wit, er is alleen maar grijs in verschillende tinten. Mensen laten zich zowel door God als door Satan leiden. Mensen zijn zowel goed als slecht. Ieder van ons heeft mooie en duistere kanten. Zelfs Hitler was lief voor zijn hond. Misschien hebt u dat sire-filmpje over digitaal pesten weleens gezien. Dat schattige meisje dat haar ouders trots maakt door zo goed te hockeyen en goede cijfers te halen op school. Maar ’s avonds achter haar computer msn’t ze aan een van haar medeleerlingen: “Morgen slaan we je helemaal kapot!” De ouders van dat meisje zeggen ongetwijfeld over haar: “Mijn kind doet zoiets niet.” Ze moesten eens weten. Goed en kwaad zitten in ieder mens.

Zo staan we ervoor in Openbaring 6 en 7. Gods toorn komt ten volle neer op het kwaad dat we gedaan hebben en Gods liefde ziet om naar de goede dingen die we gedaan hebben. Naar welke kant zal de balans omslaan? Wat overwint? Gods toorn of zijn liefde? God of Satan? Daar gaat het over in de rest van het boek Openbaring. De strijd tussen God en Satan. Alweer: een strijd tussen het goede en het kwade. En in Openbaring 12 en 13, dat we vanmorgen hebben gelezen, krijgt het kwaad nog eenmaal de kans om zich te presenteren. “De vrouw, de draak en de twee beesten,” staat erboven. Laten we eens kijken wie of wat dat nou precies zijn.

De vrouw is Maria, de moeder van Jezus. Maar tegelijkertijd is zij ook weer niet Maria. Zij is Israël, zij is de kerk, zij is de mensheid. Want de mensheid zelf heeft Jezus voortgebracht. Hij is immers de Mensenzoon. Over de vrouw wordt verteld: “Zij was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood.” Weet u het nog: de straf die God in Genesis 3 Adam en Eva oplegde voor hun zonde - voor het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad? Tegen Eva zei God: “Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart.” En tegen Adam: “Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten.” Met andere woorden: het leven is niet langer paradijselijk, maar kost vaak een hoop moeite.

Dat is dus de vrouw. De vrouw is Maria. De vrouw is Adam en Eva. De vrouw is de mensheid. Maar dan verschijnt er een andere acteur op het hemelse toneel. Ook deze kennen we al van Genesis 3. Het is de slang die Adam en Eva verleidde tot het eten van de boom van de kennis van goed en kwaad. Het is Satan, die ons verleidt om God links te laten liggen en te kiezen voor het kwade. Hier is het “een grote, vuurrode draak, met zeven koppen en tien horens, en op elke kop een kroon.” Maar de draak is de slang en de draak is ook Satan, de duivel.

Hij wil het kind van de vrouw verslinden. Dat is logisch, want als de duivel Jezus eenmaal heeft opgegeten en verteerd, dan is hij een stap dichterbij zijn overwinning. Maar zover komt het niet. Want, zo vertelt Johannes: “Toen brak er oorlog uit in de hemel. Michaël en zijn engelen bonden de strijd aan met de draak. De draak en zijn engelen boden tegenstand maar werden verslagen; sindsdien is er voor hen in de hemel geen plaats meer. De grote draak werd op de aarde gegooid.” Satan is dus bij kop en staart gepakt en uit de hemel geknikkerd. Hij probeert dan nog de vrouw te pakken te krijgen, maar ook dat lukt hem niet meer. En dan staat er: “De draak was woedend op de vrouw en ging weg om strijd te leveren met de rest van haar nageslacht.” Met de mensen dus. Zo kwam, volgens Johannes, het kwaad op de wereld.

Dit visioen van Johannes is geen toekomst, maar verleden. Het is al gebeurd. Het grote gevecht tussen God en de duivel heeft al plaatsgevonden, en de duivel heeft het verloren. Hij heeft het verloren “dankzij het bloed van het lam” - zo staat er. De dood van Jezus aan het kruis heeft er niet alleen voor gezorgd dat onze relatie met God hersteld werd, maar ook dat het goede het kwade uiteindelijk heeft overwonnen. Of zal overwinnen. Want de overwinning is nog maar een gedeeltelijke zege. Het gevecht in de hemel heeft plaatsgevonden en de duivel heeft het verloren. Maar nu is hij op de aarde gegooid. En daar geldt zijn macht nog ten volle.

Zo schrijft Johannes zijn visioen. Heeft zijn visioen en het gevecht tussen de hemelse machten en de duivel echt zo plaatsgevonden? Het zijn natuurlijk beelden. Als je Openbaring leest, dan lijkt het soms net alsof je naar een film op de televisie zit te kijken. Bloederige gevechten, een draak met zeven koppen en tien horens, een zwangere vrouw. Genoeg ingrediënten voor een griezelige sciencefictionfilm. Maar een film is op de een of andere manier altijd een afbeelding van de werkelijkheid - ook als het verhaal volledig verzonnen is. Want de emoties van de personages in een film - hun angsten, hun verdriet, hun blijdschap - zijn altijd menselijke emoties. Een film is dus altijd op talloze manieren met de werkelijkheid verbonden. En zo is het ook met de visioenen van Johannes. Wat zich afspeelt in de hemel wordt door hem op een menselijke manier verfilmd.

En de film gaat verder in Openbaring 13. De draak is niet alleen. Hij heeft medestanders. Je zou kunnen zeggen dat er sprake is van een onheilige drie-eenheid: de draak en de twee beesten die nu op het witte doek verschijnen. Het eerste beest komt uit de zee. “Het had tien horens en zeven koppen; het had een kroon op elke horen, en er stonden godslasterlijke namen op zijn koppen.” Het beest heeft dus tien kronen op zijn horens - symbool van een grote wereldlijke macht. In Johannes’ tijd was dat het Romeinse Rijk - het Romeinse Rijk dat christenen vervolgde door ze te martelen en te doden. Dit beest kreeg zijn macht van de draak. Het Romeinse Rijk als duivelse macht dus, met een keizer die zichzelf ziet als een god. “Iedereen aanbad de draak,” schrijft Johannes, “omdat hij het beest gezag had gegeven. Ook het beest zelf aanbaden ze, met de woorden: ‘Wie is gelijk aan het beest? Wie kan het tegen hem opnemen?’”

Niemand dus, volgens de Romeinen. Maar we weten allemaal wat er met het Romeinse Rijk is gebeurd. Het bestaat niet meer. Toch is de macht van het Romeinse Rijk overgenomen door andere net zo antichristelijke machten. Hitler, bijvoorbeeld, vervolgde niet alleen de Joden, maar hij probeerde ook de kerk met wortel en tak uit te roeien. En er zijn nog steeds landen waar christenen vervolgd worden. En misschien mag je ook de tijdgeest wel als antichristelijke macht betitelen. De tijdgeest immers die zegt dat christenen malloten zijn die in rare sprookjes geloven. Of misschien is het beest tegenwoordig wel de wetenschap - de wetenschap die zich vaak een soort goddelijke status aanmeet. Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen: “Wat kunnen ze toch veel tegenwoordig.” Maar ik denk dan aan de waarschuwing van Johannes van Patmos. Hij schrijft: “Vol bewondering ging de hele wereld achter het beest aan.”

Dit beest is misschien wel dezelfde als degene die ergens anders in de Bijbel de antichrist wordt genoemd. Antichrist, niet alleen omdat hij anti-Jezus zou zijn - want dat is het beest ook - maar vooral omdat hij alles is wat Jezus niet is. Waar Jezus liefde is, is de antichrist haat. Waar Jezus het goede in mensen naar boven brengt, bewerkstelligt de antichrist alleen maar het kwade.

Maar het beest uit de zee is niet het enige beest. “Toen zag ik een tweede beest, dat opkwam uit de aarde. Het had twee horens, net als een lam, en het sprak als een draak. Voor de ogen van het eerste beest oefende het heel diens macht uit.” Wie is dít beest dan weer? Johannes schrijft over hem: “Het dwong de aarde en alle mensen die erop leefden het eerste beest [.] te aanbidden.” Een soort minister van propaganda dus, zoals Joseph Goebbels in nazi-Duitsland.

Johannes schrijft dan: “Verder liet het bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, slaaf en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd. Alleen mensen met dat teken - dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam - konden iets kopen of verkopen.” Meters boekenplank zijn volgeschreven over dit teken van het beest. Tatoeages, streepjescodes, en tegenwoordig is het populair om te denken aan onderhuidse computerchips als teken van het beest. Maar volgens mij doet het er niet toe wat het teken precies is. Het gaat erom dat het bedoeld is om christenen uit te sluiten van deelname aan het maatschappelijke leven. Zo staat het er: “Alleen mensen met dat teken - dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam - konden iets kopen of verkopen.” Christenen worden uitgesloten van het maatschappelijke leven. Denk maar aan koopzondagen. Denk ook aan dat er steeds meer stemmen opgaan om christelijke scholen te sluiten en christelijke feestdagen af te schaffen. Christenen worden in onze maatschappij steeds meer in een hoekje gemanoeuvreerd. Geloven mag je alleen nog maar in je eigen huis, desnoods nog in de kerk, maar verder wil de maatschappij er niet zo veel van weten.

Het beest heeft naast een teken ook een getal. Het getal van het beest is zeshonderdzesenzestig. Hier zijn werkelijk hele bibliotheken over volgeschreven. Johannes schrijft over het getal van het beest: “Er wordt een mens mee aangeduid.” Wie is dat dan? Zal ik er een paar verklappen? De Romeinse keizer, de paus, Mohammed, Luther, Hitler, John F. Kennedy, Michaël Gorbatsjov, Saddam Hoessein, Bill Gates van Microsoft. Maar ook het internet is genoemd als kandidaat: www staat dan voor 666. En op 6 juni van het afgelopen jaar - inderdaad: 06-06-06 - kwamen veel christenen bij elkaar om te bidden tegen die duivelse datum. Maar ze hebben het volgens mij allemaal mis. Met het getal zeshonderdzesenzestig wordt de onvolmaaktheid van het beest aangeduid. We hebben al gezien dat het getal zeven in de Bijbel een volmaakt getal is. Ook het getal drie is volmaakt. Je zou God dus aan kunnen duiden als drie zevens. De volmaakte volmaaktheid. Het getal zes zou je kunnen duiden als: net niet volmaakt. Het líjkt wel volmaakt, maar het ís het niet. De antichristelijke machten - de huidige tijdgeest, de wetenschap, de democratie - lijken wel volmaakt, maar ze zijn het zeker niet. Alleen God is volmaakt.

Zo staan we ervoor aan het eind van Openbaring 13. Niet echt een vrolijk beeld. De strijd tussen goed en kwaad is in de hemel dan wel gewonnen door God en zijn lam, maar hier op aarde woedt de oorlog voort en lijkt vooralsnog niet afgelopen te zijn. Toch is het goed nieuws dat de hemelse strijd gewonnen is door God. Maar daarover de volgende keer meer.

Amen.