Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Vanmorgen hebben we gelezen uit het boek Openbaring van Johannes, en daar gaat natuurlijk ook de preek over. Mijn plan is om niet alleen vandaag, maar ook de komende drie zondagen dat ik voorga een serie preken over het boek Openbaring te houden. Deze serie wordt dan afgesloten op de laatste zondag van het kerkelijk jaar, als wij onze doden gedenken, met Openbaring 21 en 22.
De reden dat ik dat doe is dat Openbaring zo ongeveer het minst begrepen boek van de gehele Bijbel is. Veel mensen lezen het nooit, en als ze het wel doen, dan begrijpen ze er meestal niet veel van, want het is een erg moeilijk boek. De beelden die Johannes beschrijft waren weliswaar helder en duidelijk voor de mensen van zíjn tijd, maar zijn bijna niet meer te begrijpen voor ons, de lezers van de eenentwintigste eeuw.
Laten we om te beginnen eens even kijken wie nou precies die Johannes was die dit boek geschreven heeft. Lang is gedacht dat deze Johannes dezelfde was als de schrijver van het evangelie volgens Johannes en de drie brieven van Johannes. Dat is waarschijnlijk niet zo, want alles is anders in het boek Openbaring: de schrijfstijl, het woordgebruik, de theologie, enzovoorts. Bovendien is de Johannes van het evangelie en de brieven waarschijnlijk de martelaarsdood gestorven, terwijl de schrijver van het boek Openbaring op hoge leeftijd in vrede is gestorven. Het is in ieder geval wel duidelijk dat ónze Johannes, de Johannes van Openbaring dus, een zeer belangrijke en invloedrijke man was in de eerste christelijke gemeenten.
Ergens aan het einde van de eerste eeuw verbleef Johannes op Patmos, een eiland voor de kust van Efeze, dat in Klein-Azië ligt, het tegenwoordige Turkije. Daar raakte hij in vervoering en kreeg hij visioenen. Van “iemand die eruitzag als een mens” kreeg hij de opdracht in een boek op te schrijven wat hij zag. Dat is wat het boek Openbaring dus in feite is: opgeschreven visioenen. Johannes’ visioenen bestaan vaak uit niet erg duidelijke beelden. Van Jezus zegt hij bijvoorbeeld: “In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon.” Die zeven sterren en die felle zon zijn met een beetje moeite nog wel te begrijpen, maar een scherp, tweesnijdend zwaard uit de mond van Jezus? Dat is een wel erg vreemd beeld!
Het boek Openbaring zit vol met engelen, paarden en ruiters, boekrollen en zegels, sterren, wezens en beesten, een zee van glas, een draak en een hoer. Van al die onderdelen is er meestal niet slecht één, maar zeven of twaalf of honderdvierenveertigduizend. Wat betekent dat allemaal? Hoe moeten we Openbaring lezen? Wat is het eigenlijk voor boek?
Laat ik eerst duidelijk maken wat het boek níét is. Het boek Openbaring gaat weliswaar over de toekomst, over hoe het zal zijn als Jezus terugkeert aan het einde van de tijd, maar het is geen toekomstvoorspelling. Het is geen Enkhuizer Almanak, geen boek met voorspellingen à la Nostradamus. Er zijn mensen die beweren dat zij Openbaring als het ware naast de krant kunnen leggen en zeggen: “Zie je wel, we zijn nu bij hoofdstuk zus, vers zoveel.” Dat zijn ook de mensen die beweren dat er de laatste jaren veel meer aardbevingen, orkanen of oorlogen zijn, of wat voor ellende dan ook. Dat móét volgens die mensen wel betekenen dat we nu in de eindtijd leven en dat Jezus binnenkort terugkomt naar de aarde.
Die mensen hebben het, volgens mij althans, mis. Het zou inderdaad best kunnen dat Jezus binnenkort naar de aarde terugkeert, ik hoop er zelfs op, maar ik kan daar geen uitspraken over doen. Het is aan God en Jezus zelf om het tijdstip te bepalen. Ik ga daar niet over en andere mensen ook niet. En áls het tijdstip eenmaal aanbreekt dan gebeuren er volgens mij heel andere dingen dan die in het boek Openbaring staan. Volgens de mensen die Openbaring letterlijk nemen, die het dus als een soort programmaboekje zien, staan er heel erge dingen te gebeuren.
Een voorbeeld. In hoofdstuk 6 staat: “Toen zag ik een vaalgeel paard. De ruiter heette Dood, en Dodenrijk vergezelde hem. Zij kregen verlof om op een vierde deel van de aarde dood en verderf te zaaien, door middel van het zwaard, hongersnood, dodelijke ziekten en wilde dieren.” De mensen die Openbaring letterlijk lezen zeggen dan: “Dit is allemaal al aan de gang. Want ga maar na: het zwaard, dat zijn de oorlogen op de wereld, bijvoorbeeld de oorlog van het westen tegen de islamitische terreurbewegingen; hongersnoden zijn er genoeg; dodelijke ziekten ook, bijvoorbeeld aids; en die wilde dieren.” Nou ja, vul maar iets in.
Maar ik vraag me dan af: “Wat is dat voor een god die zulke dingen op zijn verlanglijstje zet?” Alsof het leven nog niet erg genoeg kan zijn in sommige gevallen, krijgen we ook nog al die ellende van de eindtijd over ons uitgestort. Is God dan werkelijk zo’n verschrikkelijke, sadistische god dat Hij Dood en Dodenrijk verlof geeft om dood en verderf te zaaien? Dan denk je toch wel erg min over God.
Maar er zijn nu eenmaal een groot aantal mensen die Openbaring letterlijk lezen, ook al zijn ze het niet altijd met elkaar eens. Er zijn mensen die denken dat al die verschrikkingen uit Openbaring ons nog allemaal te wachten staan. Maar de invuloefening van Openbaring met feiten uit de geschiedenis wil ook weleens anders uitpakken. Er zijn in het verleden mensen geweest die het einde der wereld al van een jaartal hebben voorzien. De Jehova’s getuigen waren daar bijvoorbeeld erg sterk in. Eerst was volgens hen 1914 het jaar dat het einde der wereld zou inluiden. Maar 1914 ging voorbij en er gebeurde niets. Ja, de Eerste Wereldoorlog brak uit; voor veel mensen wás dat inderdaad bijna het einde van de wereld. Toen maakten de Jehova’s getuigen bekend dat ze een rekenfout hadden gemaakt en dat het goede jaartal 1975 moest zijn. Maar het werd 1976 zonder dat er iets gebeurde.
Het is dus volgens mij niet goed - en zelfs gevaarlijk - om het boek Openbaring letterlijk te willen lezen. Het is niet goed omdat je dan, volgens mij, te min denkt over God. Als je denkt dat de verschrikkingen die in Openbaring staan werkelijk gaan gebeuren, dan geloof je dus in een angstaanjagende, verschrikkelijke en wraakzuchtige god. Is dat de God die Jezus ons heeft leren kennen?
Maar het is ook gevaarlijk om Openbaring letterlijk te nemen. Want óf het jaagt mensen angst aan, óf het maakt mensen blij met de ellende van anderen. En als je jaartallen gaat noemen, dan wordt het helemaal gevaarlijk. Vóór 1975 zijn er een heleboel mensen geweest die al hun bezittingen aan de Jehova’s getuigen hebben gegeven in de verwachting dat ze in dat jaar zouden worden opgenomen in het koninkrijk van God. Je kunt je gemakkelijk hun enorme teleurstelling aan het begin van 1976 voorstellen. Veel mensen verlieten toen de Jehova’s getuigen.
Goed, we hebben nu wel vastgesteld hoe je het boek Openbaring níét moet lezen. Maar hoe dan wél? Laten we als voorbeeld eens nauwkeuriger lezen hoe Johannes Jezus omschrijft. Johannes hoorde in zijn eerste visioen achter zich een luide stem die tegen hem zei: “Schrijf alles wat je ziet in een boek.” Daarna schrijft Johannes: “Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon.”
Wat betekent het allemaal? Veel van deze beelden heeft Johannes uit het boek Daniël, want Johannes was een Jood met een grote kennis van het Oude Testament. We laten Daniël verder links liggen, maar u kunt het nalezen in Daniël 7 en in Daniël 10. Johannes ziet dus “iemand die eruitzag als een mens”. Later wordt duidelijk dat het om Jezus gaat, want deze iemand die eruitzag als een mens zegt van zichzelf: “Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid.” Maar waarom heeft Johannes het eigenlijk over iemand die eruitzag als een mens, en niet gewoon over Jezus. Dat komt omdat hij wil benadrukken dat God mens is geworden: Hij zag er in Jezus weliswaar uit als een mens, maar Hij wás ook God. Zó schrijft Johannes dus. Je moet er een beetje naar raden, maar tegelijkertijd zegt hij veel in weinig woorden. De halve christelijke theologie zit verpakt in de woorden iemand die eruitzag als een mens!
Jezus stond volgens Johannes tussen zeven gouden lampenstandaards en Hij hield in zijn rechterhand zeven sterren. Bij wijze van uitzondering verklaart Jezus aan Johannes, en dus ook aan ons, de betekenis hiervan. In vers 20 lezen we: “Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van de zeven gouden lampenstandaards: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf.”
Het getal zeven is niet zomaar een getal, maar het is het getal van de totaliteit, het getal van de volheid. Zeven gemeenten betekent dus ‘alle christelijke gemeenten’. En kennelijk heeft iedere christelijke gemeente een engel, een beschermengel. Midden tussen de gemeenten staat Jezus zelf, gekleed in een lang gewaad en met een gouden band om zijn borst. Zoals vroeger in de tempel de priesters gekleed waren in een lang gewaad, herinnert ook de gouden band om de borst aan de gordel die de priesters droegen. Zo wordt Jezus dus voorgesteld als priester.
“Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw.” De kleur wit is de kleur van de waardigheid, van de wijsheid, de kleur van de hemel ook. Zo wordt de grootsheid en de wijsheid van Jezus benadrukt. “Zijn ogen waren als een vlammend vuur.” Alles doordringende ogen, die ons volkomen doorzien. “Zijn voeten gloeiden als brons in een oven.” Teken van weerbaarheid, van stabiliteit ook. Deze voeten kunnen alle tegenstand vertreden. “Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s.” Bruisende rivieren, de branding van de zee. Als je zo’n geluid hoort, dan is er geen aandacht meer voor andere geluiden, zo overheersend is dat geluid. “En uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard.” Het Woord van God komt uit de mond van Jezus, en dat Woord is bepalend voor wat er met ons gaat gebeuren, want God zal ook onze rechter zijn.
Zo schildert Johannes als het ware met zijn pen een beeld van Jezus, van zijn grootsheid, van zijn macht, van zijn wijsheid. Zo moet Openbaring worden gelezen, niet als een letterlijke agenda voor de toekomst, maar als een beeld van hoe het zal worden als Jezus terugkeert op aarde. Jezus is geen verre, vreemde man, maar iemand die tussen zijn mensen instaat als priester en als koning. Zijn macht zal ervoor zorgen dat alles goed zal komen. Dát is de werkelijke betekenis van het boek Openbaring. Zó moet het boek gelezen worden en zó zullen we het de komende tijd gaan doen.
Amen.