Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Moslims zijn honden. Dat is tegenwoordig gevaarlijk om te zeggen, want voor je het weet ontploft er hier onder de kansel een bom, maar toch is het waar: moslims zijn honden. Ook bijna alle christenen zijn trouwens honden. Een paar jaar geleden schreef de columnist Theodor Holman over christenhonden. Hij kreeg van christelijk Nederland een storm van protest over zich heen, maar hij had natuurlijk gelijk: de meeste christenen zijn honden. Ik heb overigens het woord christenhond eens opgezocht in de Dikke van Dale. Volgens dat woordenboek is christenhond een scheldnaam voor een christen in islamitische landen.
Leuk hè, dat we elkaar uitschelden voor hond? Schelden doet geen zeer, zeggen ze, maar plezierig is het evenmin. Laten we er maar mee ophouden. Want ik bedoel het woord hond niet zozeer als een scheldnaam, maar meer als een soort geuzennaam. Hij is afkomstig uit de geschiedenis van Jezus en de Syro-Fenicische vrouw die we vanmorgen hebben gelezen.
Deze vrouw is afkomstig uit de streek rond Tyrus, een Syro-Fenicische stad. De Feniciërs waren in de ongeveer duizend jaar vóór Christus een belangrijke macht in het Middellandse Zeegebied. Zij waren een beetje te vergelijken met de Nederlanders in de Gouden Eeuw: een rijke, zeevarende handelsnatie. De Feniciërs stichtten overal langs de Middellandse Zeekust zogenaamde stadstaten - waarvan Carthago een van de belangrijkste was -, maar het hartland van Fenicië was Syro-Fenicië, ongeveer het land dat nu Libanon heet, met steden als Tyrus, Sidon, Beiroet en Byblos. In Byblos werd - maar dit even terzijde - veel papyrus gemaakt en verhandeld, de voorloper van ons papier. Van papyrus werden boeken gemaakt, en het belangrijkste boek heeft zijn naam gekregen van deze stad Byblos: de Bijbel.
De Feniciërs waren dus een groot en machtig volk, tot ze het aan de stok kregen met de Romeinen. Er volgden een paar grote oorlogen tussen de Romeinen en de Feniciërs. Misschien kent u wel het verhaal van Hannibal die rond 200 vóór Christus met zijn olifanten via Spanje over de Alpen kwam om Rome in te nemen. Het was hem bijna gelukt, maar de Romeinen bleken net iets te sterk. Uiteindelijk werd Fenicië bezet door de Romeinen.
Uit dit eens zo trotse volk komt dus de Syro-Fenicische vrouw. Zij is een opmerkelijke vrouw. Zij is de moeder van een dochter die wordt bezeten door een demon, een onreine geest. Wat die onreine geest precies met haar dochter doet, vermeldt het verhaal niet, maar het is duidelijk dat het absoluut niet prettig is, want haar moeder is ten einde raad. Ondanks dat Jezus gezegd heeft dat Hij niemand wil zien, ondanks dat Hij een Jood is en zij niet, ondanks dat Hij een man is en zij een vrouw, ondanks al die sociale barrières, weet ze toch tot Jezus door te dringen om Hem te smeken om bij haar dochter de demon uit te drijven. Ze is dus een vrouw met een groot doorzettingsvermogen en, zoals we zullen zien, ook een grote intelligentie.
Jezus antwoordde de vrouw op een nogal cryptische wijze: “Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.” Wat bedoelde Hij daarmee en waarom zei Hij dat zo? Hij stelt de kinderen tegenover de honden. In Jezus’ tijd waren er voor de Joden twee soorten mensen. Aan de ene kant waren er de Joden, het uitverkoren volk, de kinderen van God. Aan de andere kant waren er alle andere mensen, de niet-Joden. In Jezus’ vergelijking zijn de kinderen die aan de tafel zitten te eten de Joden. De honden zijn de andere mensen, de niet-Joden. Jezus gebruikt het niet als een scheldwoord; het begrip honden komt alleen maar goed uit in zijn parabel.
Maar wat bedoelt Hij met deze vergelijking? Bedoelt Hij ermee te zeggen dat Hij alleen maar gekomen is voor de Joden en niet voor de niet-Joden? Alleen voor de kinderen en niet voor de honden? En laat Hij zich vervolgens ompraten door de Syro-Fenicische vrouw? Want zij zegt tegen Jezus: “Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.” Daarmee geeft ze blijk van een grote intelligentie: ze gebruikt de parabel van Jezus tégen Hem. En daardoor lijkt Jezus van mening te veranderen. Toch denk ik niet dat Jezus eerst dacht dat Hij alleen voor de Joden was gekomen en dat Hij later van mening veranderde. Ik denk dat Hij altijd heeft geweten dat Hij voor alle mensen op de aarde was gekomen. Waarom ik dat denk? Voor de beantwoording van die vraag moeten we een grote omweg bewandelen.
Die omweg brengt ons in Tyrus, de stad waar het verhaal van Jezus en de Syro-Fenicische vrouw zich afspeelt. Zuid-Libanon. De streek waar nu hevig gevochten wordt tussen Israëlische soldaten en aanhangers van de Hezbollah. Dit conflict begon op 12 juli, toen Hezbollah-strijders Israël binnentrokken en een Israëlische grenspost overvielen. Daarbij werden drie Israëlische soldaten gedood en twee ontvoerd. Tegelijk werden vanuit Zuid-Libanon raketten afgevuurd op Israëlische doelen.
Israël reageerde direct en keihard. Israëlische troepen met tanks drongen Zuid-Libanon binnen en er werden met raketten en vliegtuigen allerlei strategische doelen in een groot deel van Libanon gebombardeerd. Op 16 juli bijvoorbeeld, die mooie zondag waarop wij een openluchtkerkdienst hielden en een gezellige dag met een barbecue hadden, bombardeerde Israël de stad Tyrus, waarbij zestig doden vielen. De Hezbollah reageerde daar weer op door nog meer raketten op Israël af te vuren. Binnen enkele dagen escaleerde het conflict tot een volledige oorlog met honderdduizenden vluchtelingen; meer dan duizend doden onder de burgerbevolking; afschuwelijk verminkte mensen, onder wie veel kinderen; mensen die hun huis zijn kwijtgeraakt, hun toekomst, hun verwachting en hoop. En waarom? God mag het weten!
Vrijdagnacht is in de Verenigde Naties een resolutie aangenomen waarin beide kanten wordt gevraagd de wapens neer te leggen en alle vijandelijkheden te staken om ruimte te maken voor een VN-vredesmacht. Maar bijna op hetzelfde moment begon Israël met een groot grondoffensief. We weten nog niet hoe dat gaat aflopen, maar zelfs als de oorlog vandaag nog beëindigd zou worden, is de schade aan mensenlevens onherstelbaar. Het zal veel mensen jaren, zo niet generaties, kosten om deze oorlog lichamelijk en geestelijk te verwerken.
Wie is de schuldige partij in dit conflict? Voor wie moet je zijn? Bij zo’n oorlog ben ik altijd geneigd partij te kiezen, alsof het een actiefilm is waarin de goeden tegen de slechten vechten. Dat is natuurlijk niet zo. Dit conflict is oneindig complexer dan welke actiefilm ook. Maar het blijft een feit dat de Hezbollah de eerste klap uitdeelde. Zij begonnen het conflict door die Israëlische grenspost aan te vallen.
Wat is de Hezbollah eigenlijk? De naam betekent Partij van Allah. Ze werd opgericht in 1982 ten tijde van de Libanese burgeroorlog. Zoals zoveel islamitische bewegingen kent de Hezbollah een politieke tak en een gewapende militie. Tegenwoordig maakt de politieke tak deel uit van de Libanese regering. Jarenlang had de partij drie doelen: de islamitische staat vestigen in Libanon, het zuiden van Libanon bevrijden van de Israëlische bezetting en Jeruzalem bevrijden van de Israëlische bezetting. Het eerste doel heeft men inmiddels laten varen; het tweede doel is bereikt toen Israël zich in 2000 terugtrok uit Zuid-Libanon; en het derde doel zal nooit bereikt worden: Israël zal nooit ofte nimmer Jeruzalem opgeven. Je zou dus kunnen zeggen dat de Hezbollah een doelloze partij is geworden. Misschien is het enige wat de partij overeind houdt de grote haat tegen Israël en tegen de Joden.
Die haat is inderdaad gigantisch. Geen middel wordt geschuwd om Israël aan te vallen. Sterker nog: de Hezbollah is de uitvinder van de zelfmoordaanslagen: de eerste zelfmoordaanslag werd gepleegd door een Hezbollah-aanhanger - tegen Israël natuurlijk. Later is deze vorm van terrorisme overgenomen en geperfectioneerd door bijvoorbeeld Hamas en Al-Qaida. We hebben van de week in Londen weer gezien wat voor ellende dat teweegbrengt.
Sinds de oprichting van Hezbollah zijn er talloze aanslagen gepleegd op Israël - zelfmoordaanslagen en bijvoorbeeld raketbeschietingen vanuit Zuid-Libanon. Men schat het aantal raketten van Hezbollah aan het begin van het conflict op meer dan tienduizend. Deze raketten worden gewoon bij mensen thuis bewaard - in kelders van flatgebouwen of in schuurtjes bij boerderijen - en vaak afgeschoten vanuit de achtertuin. De gedachte daarachter is dat óf Israël dan niets kan doen, om geen onschuldige burgers te treffen, óf - als Israël wel terugschiet - de Hezbollah kan zeggen: “Zie je wel, Israël schiet op onschuldige burgers!” Een ontzettend laffe en laag-bij-de-grondse houding!
Israël, aan de andere kant, verdient natuurlijk ook geen schoonheidsprijs in dit conflict. Ze zijn buitensporig hard opgetreden tegen de Hezbollah en tegen de burgerbevolking van Zuid-Libanon, die overigens voor het overgrote deel Hezbollah-aanhangers zijn. Als een inbreker jouw huis binnenkomt, mag je je daartegen verdedigen, maar je mag hem niet met een dwarslaesie het ziekenhuis inslaan. Dan is geweld buitensporig, bovenmatig. Datzelfde geldt voor Israël. Toch zie ik niet in hoe de Israëliërs anders hadden kunnen handelen. Niets doen is geen optie en omdat de Libanese regering helemaal niets deed aan de ontwapening van de Hezbollah moest Israël wel optreden. Bovendien: als Israël alleen maar halfzachte maatregelen had genomen, dan waren waarschijnlijk de Verenigde Naties ook met de handen over elkaar blijven zitten. Dát heeft de Israëlische regering tenminste bereikt: de VN komen nu in actie.
Wat moet er nu gebeuren om dit conflict op te lossen? In feite heeft Jezus gewezen op de enige mogelijkheid om dit soort conflicten te beëindigen. Hij zei: “Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: 'Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.’ En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.” Hij zei het niet allen, Hij bracht het ook in de praktijk: dát is de werkelijke betekenis van die geschiedenis met de Syro-Fenicische vrouw. Door middel van zijn woordenspel met de vrouw liet hij zien dat niet alleen de kinderen, maar ook de honden mogen eten van de tafel van het koninkrijk van God. En dáárom hielp hij de vrouw door het uitdrijven van de onreine geest bij haar dochter. In tegenstelling tot Elisa, die een Joodse vrouw hielp met haar wens om een zoon te krijgen, hielp Jezus ook niet-joden.
Heb je vijanden lief. Met andere woorden zegt Jezus dat je je verstand boven je gevoel moet laten gaan. Je kunt met je gevoel je vijanden nog zoveel haten, je verstand moet iets anders zeggen. Je bent een mens, geen dier dat alleen maar zijn instincten volgt. Jíj kunt bepalen dat je verstand de hoofdrol speelt en niet je gevoel. Dát is wat nodig is in dit conflict in Zuid-Libanon. En als ik eerlijk ben dan zie ik het de Hezbollah-aanhangers nog niet doen. Als ik die beelden op televisie zie van schreeuwende moslims en krijsende moslima’s, die Joden uitmaken voor “zionistische zwijnen” en andere verschrikkelijke dingen, dan denk ik dat we verstandige beslissingen niet uit die hoek moeten verwachten. Het verstand moet dus van Israël komen.
Daarom denk ik dat we, alle christenen, Israël moeten steunen in dit conflict. Niet door kritiekloos al zijn handelen goed te keuren, maar om Israël te helpen zijn verstand te gebruiken. Ik heb al eerder in een preek gezegd dat de Joden onze oudste broers en zussen zijn en dat we alleen al daarom naast en achter de Joden moeten staan, maar ik denk ook dat alleen de Joden in staat zijn het conflict te beëindigen. Daarnaast hebben we, denk ik, de plicht om alle slachtoffers in dit conflict te steunen met geld en goederen. Bij de collecte komen we daar nog op terug. Want Jezus zei: “Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.” Jezus zei het en Hij deed het.
Amen.