Protestantse gemeente te
 
Vriescheloo
 
Merkteken PKN
Preek 4 juni 2006
 

Inhoudsopgave

Liturgie
Preek

Liturgie

Aanvangslied
Psalm 68:1, 7
Groet
Stil gebed
Bemoediging
Welkom (Anne-Sophie Mulder)
Lied
Gezang 239:1, 2, 3
Kyrie (Bertil Mulder, Renee Venema en Wilma Venema)
Gloria
Prijs de Heer, Liederen uit Taizé, lied 5
Gebed om verlichting met de heilige Geest
Lied
’t Is feest vandaag, ’t is pinksterfeest, Tussentijds, lied 182
De kinderen gaan naar de kindernevendienst
Schriftlezing (Christine Martijn)
Lied
Gezang 249
Schriftlezing (Lars Korteweg)
Lied
Gezang 252:1, 2
Preek
Lied
De Geest des Heren die het leven, Evangelische Liedbundel, lied 144
Gebeden (Gerdien van Dijk)
Inzameling van de gaven
Slotlied
Heer, uw licht en uw liefde schijnen, Evangelische Liedbundel, lied 382
Zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

In het verleden heb ik ze vaak aangehoord: preken waarin Pinksteren werd geduid als de verjaardag van de kerk. Op die eerste pinksterdag, lang geleden, zou de kerk ontstaan zijn toen een groepje van Jezus’ leerlingen een hevige windvlaag en een vreemd soort binnenbrandje waarnamen en toen plotseling op luide toon in vreemde talen begonnen te praten.

Ik ben bang dat er ook vanmorgen over de hele wereld weer dat soort preken gehouden worden, preken in de trant van: “Met Pinksteren werd de heilige Geest uitgestort over de discipelen en daarmee werd de kerk geboren.” En dat is jammer. Niet dat het niet waar is, want met Pinksteren werd de heilige Geest wel degelijk over de discipelen uitgestort en werd ook de kerk geboren, maar wat hebben wij daaraan? Ja, het zorgt er natuurlijk voor dat wij nu op dit moment hier in de kerk zítten, maar dat dat gebeuren van tweeduizend jaar geleden het beginpunt was van de kerkgeschiedenis is op zich niet zo bijster interessant.

Toch heeft het wel iets. De twaalf apostelen van Jezus zijn bij elkaar gekomen om het pinksterfeest te vieren, vanouds een Joods oogstfeest, het feest waarmee het binnenhalen van de tarwe gevierd werd. Op die dag waren de apostelen van Jezus weer met z’n twaalven. Judas had weliswaar een einde aan zijn leven gemaakt na zijn verraad van Jezus, maar zijn plaats was ingenomen door een ander: Mattias.

Laten we eens goed kijken naar wie daar bijeen zijn. Hoe zou je die groep apostelen van Jezus omschrijven? Een ongeorganiseerd zootje ongeletterde, verwarde en twijfelende mensen zonder veel sociale vaardigheden of kennis van de wereld. Dat is zo’n beetje het beeld dat de evangeliën van ze geven. Ze hebben geen geld en ook hebben ze geen leider meer. Moet dit onbetekenend groepje mensen staan aan het begin van een organisatie die in de loop van de geschiedenis miljoenen en miljoenen mensen in hun geloof zal verenigen? Voor zo’n taak heb je eigenlijk geboren leiders nodig met een grote wijsheid en doortastendheid en inzicht en verantwoordelijkheidsgevoel, niet van die onbeduidende mensen als deze twaalf apostelen.

Of toch? Want Jezus heeft toch niet voor niets deze mensen uitgekozen om zijn apostelen te zijn en na zijn dood verantwoordelijk te zijn voor de verspreiding van zijn goede boodschap aan de wereld? Jezus kende toch zeker de zwakke en sterke kanten van zijn apostelen? Maar toch heeft Hij juist hén uitgekozen om zijn gemeente vanaf de grond op te bouwen. En dat is ze meer dan uitstekend gelukt. Tegenwoordig zijn er ongeveer een miljard mensen op de wereld die de waarheid geloven dat Jezus de Zoon van God is en dat Hij voor hen is gestorven aan het kruis. Een miljard mensen die deel uitmaken van de gemeente die is begonnen met die twaalf mensen in dat huis in Jeruzalem.

Maar hoe was dat armzalige groepje in staat om dat voor elkaar te krijgen? Het geheim ligt natuurlijk in die vreemde natuurverschijnselen op die pinksterdag. De wind en de vlammen. Tekenen van de Geest die in hen kwam. Jezus had het hen al van tevoren beloofd: Hij zou naar zijn Vader in de hemel gaan, maar Hij zou hen niet alleen laten. Hij zou in de Geest bij hen terugkomen en hen nooit meer verlaten. Dat die kleine gemeente in Jeruzalem uitgroeide tot de wereldwijde kerk is het werk van die twaalf mensen, die dat alleen maar konden doen doordat ze werden aangespoord en aangevuurd door Jezus zelf in de gedaante van de heilige Geest. Dát is ware het verhaal van Pinksteren: niet dat de kerk werd geboren, maar dat gewone mensen, mensen zoals u en ik, door de Geest in staat worden gesteld om bijzondere dingen te verrichten.

En met ons is dat niet anders dan met die eerste twaalf volgelingen van Jezus. Maar hoe zit het dan met die wind en dat vuur? Waarom zien wij die nooit? Waarom zagen de twaalf apostelen de Geest verschijnen, terwijl het zich bij ons allemaal in het onzichtbare afspeelt? Misschien kunnen we daar achter komen door de heilige Geest te vergelijken met een jerrycan benzine. Het is een wat onbetamelijke vergelijking, ik geef het toe, maar die is even nodig om mijn punt duidelijk te maken.

Een jerrycan benzine is in feite niets anders dan een vat vol energie of kracht. En kracht kan óf worden ontketend óf gecontroleerd worden gebruikt. De kracht van een jerrycan met, zeg, vijfentwintig liter benzine kan in één keer worden ontketend door een lucifer in de jerrycan te gooien. Ik zou het u niet aanraden, want er volgt waarschijnlijk een geweldige ontploffing. Maar de energie van zo’n jerrycan vol benzine kan ook gecontroleerd worden gebruikt door de jerrycan leeg te gieten in de tank van een Fiat Panda, bij wijze van voorbeeld. Dan kan diezelfde kracht ook gebruikt worden om iemand een paar honderd kilometer ver weg te brengen. Een explosie is spectaculair, maar een gecontroleerde verbranding van benzine heeft een blijvend effect, uithoudingsvermogen.

De heilige Geest werkt ook op beide manieren. Toen, op die pinksterdag tweeduizend jaar geleden, was er een explosie van de heilige Geest in de vorm van een hevige windvlaag en een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden. De kracht van de heilige Geest werd ter plekke ontketend en - zo staat er even verderop in het boek Handelingen - duizenden mensen raakten overtuigd van de waarheid van het evangelie. Maar de Geest werkt ook met een soort van gecontroleerde verbranding in ieder van ons. De Geest geeft uithoudingsvermogen. Hij heeft een blijvend effect.

Maar merken we dan iets van dat blijvende effect? Hoe weten we dat de heilige Geest in ons werkt? Hoe leg je contact met de heilige Geest? Misschien kent u wel dat stemmetje van uw geweten. Dat stemmetje dat ergens in je achterhoofd klinkt als je iets doet wat niet helemaal in de haak is. Het is geen stem die met een megafoon in je oren staat te toeteren, maar een piepklein stemmetje dat heel zachtjes in je binnenste klinkt. Op diezelfde frequentie, zeg maar, kun je ook de heilige Geest horen. Om in radiotermen te blijven: je zou de heilige Geest kunnen zien als een soort versterker van dat stemmetje van je geweten. Maar als je niets hoort, dan ligt dat niet aan de heilige Geest, maar aan jezelf. Je bent zelf als het ware verantwoordelijk voor het aanzetten van de radio en het regelen van het volume. Daar moet je zelf tijd en aandacht aan besteden.

En als je dat doet, dan zul je het effect van de heilige Geest gaan merken. Je gaat het merken, zegt Paulus, aan de vruchten. “Het is bekend,” schrijft hij, “wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen.” Nu zal het bij de meeste mensen wel niet zo ernstig zijn als Paulus hier schrijft, want een zekere overdrijving is hem niet vreemd. Maar u begrijpt wel wat hij bedoelt: als we niet luisteren naar de stem van ons geweten, als we niet luisteren naar de heilige Geest, maar alleen maar naar onze eigen wil, dan wordt het van kwaad tot erger.

“Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, zachtmoedigheid en zelfbeheersing.” Je kunt het aan jezelf merken in hoeverre je luistert naar de heilige Geest, in hoeverre die Geest in jou werkzaam is. Zie je bij jezelf eigenschappen die Paulus opsomt in dat negatieve rijtje karaktertrekken, dan wordt het misschien eens tijd om de versterker wat harder te zetten, om beter te gaan luisteren naar wat God je wil zeggen. Want als je goed luistert naar dat stemmetje in je binnenste, naar de heilige Geest, dan wordt je daar een beter mens van.

De vraag is dan natuurlijk waarom God ons zijn Geest heeft gegeven? Zou het vanuit zijn gezichtspunt niet logischer zijn dat Hij van ons zou eisen dat we uit onszelf betere mensen werden? Zijn wij het eigenlijk wel waard om op zo’n manier door God geholpen te worden? Om het antwoord op deze vraag te geven heb ik een briefje van vijf euro nodig. Wie heeft er toevallig zo’n briefje bij zich? (Wacht op antwoord.)
Zou je dat even aan mij willen geven? Kijk, dit papiertje is vijf euro waard. Wie zou het willen hebben? (Wacht op antwoord.)
Nu maak ik er een scheur in. (Maak een scheur in het briefje.)
Zijn er nog steeds mensen die het willen hebben? (Wacht op antwoord.)
Nu ga ik het verfrommelen. (Verfrommel het briefje van vijf.)
Willen jullie het nog steeds hebben? (Wacht op antwoord en gooi het dan op de grond.)
Zijn er nog steeds mensen die dat vodje papier vijf euro waar vinden? (Wacht op antwoord.)
Het is nu verscheurd en verfrommelt, het ligt op de grond en is waarschijnlijk vuil geworden. En toch zijn er nog steeds mensen die het willen hebben. Zo zit het ook met God en ons. Ook al hebben we een scheurtje in onze ziel en is ons karakter verfrommeld, ook al liggen we op de grond en zijn we geestelijk helemaal vuil geworden: wij blijven het in Gods ogen waard om geholpen te worden. En daarom heeft Hij zijn Geest aan ons gegeven. God wil bij ons zijn en ons helpen om betere mensen te worden. Om ons te vernieuwen. Om ons weer helemaal nieuw te maken. (Laat nieuw briefje van vijf zien.)

Amen.