Protestantse gemeente te
 
Vriescheloo
 
Merkteken PKN
Preek 15 januari 2006
 

Inhoudsopgave

Liturgie
Preek

Liturgie

Aanvangslied
Psalm 100
Groet
Stil gebed
Bemoediging
Gebed van toenadering en kyrie
Gloria
Psalm 146:1, 3, 4
Gebed om verlichting met de heilige Geest
Schriftlezing
Lied
Gezang 303:1, 4
Schriftlezing
Lied
Gezang 166:1, 3
Preek
Lied
Gezang 51
Gebeden
Inzameling van de gaven
Slotlied
Gezang 437
Zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Het is vandaag in het kerkelijk jaar de tweede zondag van Epifanie, dat is de tweede zondag na Driekoningen, 6 januari. Gebruikelijk is om op deze dag het verhaal over het bruiloftsfeest in Kana te lezen. Dat hebben we dan ook gedaan. Zo op het eerste gezicht lijkt het eigenlijk een wat vreemd verhaal. Deze droom van iedere rechtgeaarde alcoholist over het veranderen van water in wijn - van H2O in C2H5OH, de chemische formule van alcohol - spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding, maar roept ook vragen op. De belangrijkste daarvan is: waarom was het nou nodig dat Jezus die bruiloft opleukte door toch al beschonken mensen nog meer wijn te geven?

Zoals altijd is het bij Jezus nooit wat het op het eerste gezicht lijkt. Er is bij Hem altijd meer aan de hand. En in dit verhaal is er véél meer aan de hand. Zo veel meer dat het nooit allemaal binnen één preek past. We moeten ons dus tot de belangrijkste verklaringen beperken. Laten we beginnen met de letterlijke betekenis van het verhaal - het verhaal zoals dat plaatsvond in de eerste eeuw in een plaats in de buurt van Nazaret.

Op de derde dag. zo begint het verhaal. Een goed verstaander weet dat dan er iets bijzonders gaat gebeuren, iets van Godswege. De derde dag is de dag van God. Op de derde dag heeft God zijn heerlijkheid geopenbaard aan zijn volk op de berg Sinai. Op de derde dag stond Jezus op uit de dood en werd weer levend.

Nu, op deze derde dag vond die bruiloft in Kana plaats. Het feest was al enige tijd aan de gang en de stemming zat er al goed in, toen de wijn dreigde op te raken. En wat is een feest zonder wijn? Maria, de moeder van Jezus, zegt dan tegen Hem: “Ze hebben geen wijn meer.” “Wat wilt u van me?” zegt Jezus. “Mijn tijd is nog niet gekomen.”

Het is alsof Jezus moeite heeft met de onzichtbare grens die voor Hem ligt. Als Hij deze oversteekt, dan is er geen weg meer terug. Door het doen van zijn eerste wonder onderscheidt Hij zich feitelijk van de mensen. Dan wordt duidelijk dat Hij geen gewone man is, maar een bijzondere, een buitengewone. Jezus staat op het punt om de mensen toe te laten tot het geheim van God, die in Hem woont. Maar dat is ook de eerste stap op de weg die Hem naar het kruis zal voeren. Op dit punt gekomen, hapert Hij even en sputtert tegen: “Mijn tijd is nog niet gekomen.”

Op dat moment laat Maria zien dat zij niet voor niets is uitgekozen om de moeder van Jezus te zijn. Op een slimme manier zet zij Jezus voor het blok. Ze zegt tegen de bedienden: “Doe maar wat Jezus jullie zegt, wat het ook is.” Ná deze bruiloft is de rol van Maria bijna uitgespeeld. Ze komt daarna nog maar één of twee keer voor in de evangeliën. Ze speelt natuurlijk een belangrijke rol aan het begin van de evangeliën als ze te horen krijgt dat zij de moeder van de Gods Zoon zal worden, en met Kerstmis, bij de geboorte van Jezus. Maar na de geboorte is het hier in Kana alsof ze Jezus als het ware met barensweeën voor de tweede keer ter wereld helpt. “Doe maar wat Jezus jullie zegt, wat het ook is,” zegt ze tegen de bedienden. Dat helpt Jezus over de streep. Hij neemt zijn besluit.

Er stonden zes stenen vaten in dat huis, en dat waren beslist geen kleintjes. Ze hadden elk een inhoud van twee à drie metrete. Een metrete is veertig liter, dus reken maar na: gemiddeld honderd liter per vat, samen een slordige zeshonderd liter. Dat zijn achthonderd flessen wijn! Kennelijk waren er een heleboel mensen op die bruiloft. Of er waren niet zo veel mensen, maar die werden dan ook heel erg dronken.

Maar voorlopig zat er nog geen wijn in die vaten. Er zat zelfs helemaal niets in. Jezus gaf opdracht om de vaten te vullen met water en toen dat gebeurd was zei hij: “Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.” Er staat niet hoe Jezus het deed - er staat zelfs niet dát Hij het deed - maar toen de ceremoniemeester ervan proefde was het geen water meer, maar een kwaliteitswijn van een zeer goed jaar. Want de ceremoniemeester zei: “Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!”

Zo is het gebeurd in Kana in Galilea. En het eerste effect van dit wonder was dat de mensen die dit meemaakten, en dan vooral zijn leerlingen, tot het besef kwamen dat Jezus niet zomaar een mens was, maar dat er iets bijzonders met Hem aan de hand was. De leerlingen waren toen pas één dag bij Jezus en ze kenden Hem natuurlijk nog niet zo goed. Maar doordat Jezus water in wijn veranderde begonnen ze te begrijpen wie Jezus was. Dat was nog maar een aarzelend begrip, maar op de reis naar Jeruzalem, op de weg naar het kruis, zouden er nog vele wonderen volgen.

En het was belangrijk dat de leerlingen overtuigd zouden worden van de grootheid van Jezus. Want zíj zouden immers verantwoordelijk worden voor het doorgeven van Jezus’ boodschap aan de rest van de wereld. Als de leerlingen niet overtuigd zouden zijn geraakt door de man Jezus en zijn missie in Israël, dan zouden wij hier niet op zondagmorgen in de kerk gezeten hebben.

Tot zover dus de letterlijke betekenis van die gebeurtenis in Kana. Maar er is meer aan de hand. Want het verhaal heeft, zoals veel verhalen in de Bijbel, een droste-effect. Wat voor effect? Een droste-effect. Zeker de ouderen onder ons kennen nog wel die cacaoblikken van Droste waarop een verpleegster stond afgebeeld. Die verpleegster had in haar handen een soort dienblad met daarop een cacaoblik van Droste. En op dat cacaoblik was weer een verpleegster afgebeeld met een dienblad in haar handen met weer een cacaoblik erop. Enzovoorts, tot in het oneindige toe.

Voor de jongeren onder ons: hetzelfde effect is te behalen door een videocamera - of tegenwoordig kan het ook wel met een digitaal fototoestel - rechtstreeks aan te sluiten op de televisie, zodat wat je opneemt direct op de televisie te zien is. Richt dan de camera op de televisie, dan zie je het droste-effect in werking. Op de televisie zie je een televisie waarop de televisie te zien is, met daarop weer de televisie. Enzovoorts.

Of misschien moet je wel zeggen dat het verhaal over de bruiloft van Kana een Russisch baboesjkapoppetje is, zo’n pop die, als je hem openmaakt, weer een andere pop laat zien. Datzelfde is er aan de hand met het verhaal over de bruiloft in Kana. In dát verhaal zit een ander verhaal. Het is het verhaal over het herstel van de relatie tussen God en de mensen. De bruiloft in Kana is niet voor niets het verhaal over een bruiloft. Het is geen verjaardagsfeestje of een feest ter gelegenheid van een besnijdenis - nee, het is een bruiloftsfeest, een feest ter gelegenheid van de verbintenis tussen twee mensen. Twee mensen spreken uit dat ze bij elkaar horen, dat ze voor elkaar geschapen zijn, dat ze elkaar trouw zullen blijven en dat ze elkaar zullen steunen in goede tijden en in slechte tijden.

En overal in de Bijbel staat het huwelijk tussen twee mensen model voor een ander verbond: het verbond tussen God en de mensen. We hebben er in Jesaja vanmorgen over gelezen. God spreekt uit dat Hij onze God wil zijn en dat Hij ons zal steunen in goede tijden en in slechte tijden. Wij spreken uit dat wij bij Hem willen horen, dat wij door Hem en voor Hem geschapen zijn en dat wij Hem trouw zullen zijn. En op het bruiloftsfeest van dit verbond gaf Jezus hetzelfde geschenk als Hij het bruidspaar in Kana gaf: wijn.

In alle wonderverhalen in het evangelie van Johannes ís Jezus wat Hij geeft. Jezus ís wat Hij geeft. Bij de spijziging van die grote menigte mensen blijkt Jezus zelf het brood te zijn. “Ik ben het brood dat leven geeft,” zegt Hij. Bij de genezing van de blindgeborene ís Jezus het licht. “Ik ben het licht voor de wereld.” Bij de opwekking van Lazarus ís Jezus het leven. Jezus ís wat Hij geeft.

Ook nu is dat het geval. Jezus gééft niet alleen wijn, Hij ís de wijn, Hij ís het bloed. Volgende week vieren we het heilig Avondmaal. Dan gedenken wij het huwelijk tussen God en ons door weer te drinken van de wijn die Jezus ons gaf. Jezus ís wat Hij geeft: dat is nog steeds zo. Dat is het verhaal dat verborgen zit in het verhaal over de bruiloft in Kana.

Maar we zijn nog niet aan het einde van het droste-effect. In het verhaal over de bruiloft tussen God en de mensen zit nog een verhaal. Het is het verhaal over het tekortschieten van de mensen. In het Midden-Oosten was en is gastvrijheid heilig. En in zo’n cultuur is het een sociale blunder van de bovenste plank als je je gasten niet van al het nodige voorziet. In Kana is het een verschrikkelijke tekortkoming van de kant van het bruidspaar dat ze niet genoeg wijn hebben.

Maar Jezus behoedt die mensen voor de gevolgen van hun tekortschieten door hun voorraad aan te vullen met ruim voldoende wijn. En dat wijst al vooruit naar wie Jezus voor ons is. Hij behoedt ons voor de gevolgen van óns tekortschieten. Met de gift van zijn wijn, zijn bloed, maakt hij dat ónze blunders, ónze fouten geen gevolgen hebben voor onze relatie met God. Wat door ons krom is, maakt Jezus recht voor God.

Amen.