Protestantse gemeente te
 
Vriescheloo
 
Merkteken PKN
Preek 7 augustus 2005
 

Inhoudsopgave

Liturgie
Preek

Liturgie

Aanvangslied
Psalm 68:3, 7
Groet
Stil gebed
Bemoediging
Kyrie
Gloria
Gezang 21:1, 4, 7
Gebed om verlichting met de heilige Geest
Schriftlezing
Lied
Gezang 40:1, 2, 3, 6, 8, 9
Schriftlezing
Lied
Gezang 467
Preek
Lied
Gezang 337:1, 2, 3, 4
Gebeden
Inzameling van de gaven
Slotlied
Gezang 479:1, 3, 4
Zegen

Preek

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

U kent misschien wel het verhaal van Archimedes. Archimedes leefde in de derde eeuw voor Christus in Griekenland. Het verhaal begint met de koning van Syracuse die een kroon van goud laat maken door een goudsmid. De koning gaf de goudsmid een hoeveelheid goud, precies genoeg voor het maken van een kroon. Maar toen de kroon af was, vermoedde de koning dat de goudsmid gefraudeerd had door een gedeelte van het goud in het binnenste van de kroon te vervangen door zilver en het overgebleven goud voor zichzelf te houden. De koning van Syracuse gaf Archimedes de opdracht om de kroon te onderzoeken, zonder hem te slopen natuurlijk.

Archimedes dacht daar lang over na, maar vond geen oplossing voor het probleem tot hij op een dag een badhuis bezocht om daar te gaan baden. Hij stapte in bad en terwijl hij zijn lichaam in het water onderdompelde, merkte hij op dat er water over de rand van het bad stroomde. Op datzelfde moment vond hij de oplossing van het vraagstuk. Hij sprong uit bad, rende nog in zijn nakie naar zijn huis onder het voortdurend uitroepen van: “Eureka! Eureka!”, Grieks voor: “Ik heb het gevonden!”
Thuisgekomen stelde hij de wet van Archimedes op en daarmee kon de goudsmid inderdaad als een fraudeur ontmaskerd worden.

Je zou kunnen zeggen dat Archimedes een van de eerste wetenschappers was, mensen die proberen een verklaring te geven voor de verschijnselen in de natuur. Sinds Archimedes zijn er heel veel verklaringen gevonden en vaak ook in de praktijk toegepast. Tegenwoordig is ons hele wereldbeeld wetenschappelijk. We weten hoe het heelal in elkaar zit. We weten voor een groot deel hoe het leven op aarde is ontstaan en geëvolueerd. We weten veel over de natuurkundige, de scheikundige en de biologische processen in onszelf en in de wereld die ons omringt.

En we plukken de vruchten van al die wetenschap. We wonen in huizen die van alle gemakken zijn voorzien: centrale verwarming, sanitair, televisies, koelkasten, stofzuigers, computers, enzovoorts. We verplaatsen ons in auto's, treinen en vliegtuigen; ja, sommigen van ons gaan zelfs de ruimte in. En als we ziek worden, dan staan de modernste behandelingen, medicijnen en apparatuur tot onze beschikking. Aan de andere kant: die wetenschap heeft ook een keerzijde. Deze week op 6 en 9 augustus is het zestig jaar geleden dat er atoombommen vielen op Nagasaki en Hiroshima, waarbij meer dan driehonderdduizend mensen de dood vonden. Die atoombommen waren ook een wetenschappelijke ontwikkeling.

Maar alles om ons heen is dus wetenschap. Ons hele wezen is doordrenkt met wetenschap, of we ons daarvan bewust zijn of niet. En dan horen we vanochtend ineens twee van die wonderlijke verhalen over de profeet Jona, die door een grote vis wordt opgepeuzeld, en over Jezus, die over het water loopt. En dan blijkt ineens duidelijk dat we naar de wereld om ons heen kijken door een wetenschappelijke bril. Want het eerste dat veel mensen denken bij het horen van dit soort verhalen is: maar dat kán toch helemaal niet?

Want dat iemand door een grote vis wordt opgeslokt: nou ja, vooruit, maar dat hij dan drie dagen verblijft in de buik van die vis en daarna weer wordt uitgespuugd: dát verdient een plaats in de Fabeltjeskrant. Na drie dagen zou Jona toch zeker half verteerd moeten zijn door de maagzuren van die grote vis als hij niet al eerder tot pap was vermalen tussen de kiezen van dat beest. Je gelooft toch niet dat die vis hem als een eenhapscracker in één keer doorgeslikt heeft?

Om nog maar helemaal te zwijgen van een man die zomaar over het water wandelt alsof het de boulevard van Tiberias is! Volgens de wet van Archimedes, die we al eerder bespraken, zou Jezus direct hebben moeten zinken. Maar dat Hij rustig verder loopt, dat geloof je toch niet?

Hier botsen het wetenschappelijke wereldbeeld en het bijbelse wereldbeeld op elkaar. En aangezien wij helemaal doordrongen zijn van het wetenschappelijke wereldbeeld, kost het grote moeite om het bijbelse wereldbeeld met al zijn wonderen nog te bevatten. In onze ogen bestaat de wereld uit atomen en moleculen en DNA-technologie en wetenschappelijke verklaringen. En dat alles is onderzocht en bewezen door mensen die veel knapper zijn dan wij.

En toch. Is alles om ons heen wetenschappelijk te verklaren? Zijn het de Archimedessen van deze tijd die het laatste woord spreken? Laatst hoorde ik een astronoom op de televisie zeggen dat hij op zijn zoektocht in de ruimte nergens God was tegengekomen. Nee, nogal logisch, denk ik dan. Dat is zoiets als het zoeken naar blauwe vinvissen in de Sahara. Blauwe vinvissen zijn groot genoeg, maar in de woestijn vind je ze niet. Is er dan naast het wetenschappelijke wereldbeeld toch nog ruimte voor een andere dimensie?

Voor het antwoord op deze vraag moeten we, vreemd genoeg, juist te rade gaan bij het verhaal over Jezus die over het water loopt. Aan de oppervlakte van dit verhaal spelen zich dingen af waar we vraagtekens bij zetten. Jezus komt over het water toelopen op de leerlingen die in een boot zitten, ergens op het Meer van Galilea. De leerlingen raken erdoor in paniek: ze denken dat het een spook is dat op hen afkomt. Petrus roept Hem toe: “Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.” “Kom!”, zegt Jezus dan, en Petrus stapt uit de boot en loopt naar Jezus. Maar dan voelt hij ineens de kracht van de wind om zich heen en de schrik slaat hem om het hart. Wat is hij in vredesnaam aan het doen? En op het moment dat hij dát beseft begint hij in het water weg te zinken. Hij schreeuwt: “Heer, red me!” En Jezus pakt zijn hand vast en trekt hem uit het water. Hij zegt tegen Petrus: “Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?” Hij brengt Petrus weer terug naar de boot. De leerlingen zeggen tegen Jezus: “U bent werkelijk Gods Zoon!”, want alleen God en zijn Zoon hebben de macht om natuurkrachten te bedwingen en aan zich te onderwerpen.

Zo gaat het verhaal dat Matteüs ons vertelt. En Matteüs heeft het weer van Marcus, die een medewerker van Petrus is geweest. En als deze mensen niet hebben gelogen dat het gedrukt staat, dan moet het verhaal wel waar zijn. Maar daar gaat het ons nu niet om. Het gaat ons nu niet om het verhaal aan de oppervlakte. Het gaat ons nu niet om de beschrijving van de gebeurtenissen. Want het verhaal heeft ook een diepere laag, die als het ware verstopt zit ónder de gebeurtenissen. Laat ik het verhaal eens een beetje anders vertellen om duidelijk te maken wat die laag is.

Dat verhaal begint ermee dat wij allemaal in een boot op het water zitten. We zitten allemaal zogezegd in hetzelfde schuitje. En we varen van het begin van ons leven naar het einde ervan. Onder ons is het duistere water: de gevaren die ons bedreigen in ons leven, de onzekerheden en schijnbare zekerheden, de ziekten die we krijgen, de ongelukken die ons overkomen, ja zelfs de dood. Dan komt Jezus aanlopen over datzelfde water. Hij heeft de dood aan zich onderworpen. Ja: Hij is letterlijk de dood met voeten aan het treden. Hij heeft zogezegd de dood onder de knie.

Wij, in onze boot, zien Hem aankomen. Maar wat we zien past absoluut niet in ons wetenschappelijke wereldbeeld. Wat een spookachtig verschijnsel is dat! We raken erdoor in paniek, want alles wat ons vertrouwd is, blijkt plotseling helemaal niets meer te betekenen. Wat moeten we met onze centrale verwarming en onze koelkast en onze levensverzekering als we plotseling oog in oog staan met zo'n wetenschappelijk niet te verklaren verschijning? “Jezus, bent U dat?”, stamelen we, “Zeg ons dan wat we moeten doen.”

En dan horen we een stem, zo vol barmhartigheid en liefde als we nog nooit gehoord hebben. De stem zegt alleen maar: “Kom!” Het is een uitnodiging: “Kom!” Door die stem wordt ons verlangen gewekt om uit de boot te stappen en ons oude leven met zijn valse zekerheden achter ons te laten en Jezus over de dood heen te volgen naar zijn Vader. “Kom!” We moeten kiezen: blijven we in de boot zitten of stappen we eruit? Het voelt aan als één kleine stap voor een mens, maar het is een gigantische sprong voor de mensheid. Want we moeten springen uit ons oude vertrouwde wetenschappelijke wereldbeeld in het bijbelse wereldbeeld met al zijn wonderen; vanuit de valse, maar vertrouwde zekerheid in de echte, maar onbekende zekerheid.

We worden uitgenodigd om een sprong in het geloof te maken. “Kom!”, zegt Jezus. En als we besluiten om uit de boot te stappen, dan blijkt dat ook wij over het water kunnen lopen. Ook wij kunnen de dood met voeten treden. We lopen naar Jezus toe, maar om ons heen waait nog steeds de wind van ons oude leven. En die wind is sterk. En op het moment dat we de wind voelen, worden we ineens bang. Bang voor die onbekende zekerheid die Jezus ons biedt. Is het niet beter om terug te gaan naar het oude en vertrouwde?

Met dat we dat denken, voelen we ons wegzakken in het water, in de dood. Ons geloof is te klein. We hebben de sprong gemaakt, maar de afstand was te groot. En we schreeuwen het uit: “Heer, red ons!” Direct steekt Jezus zijn hand uit om ons vast te grijpen en ons weer uit de dood omhoog te halen. “Kleingelovigen, waarom hebben jullie getwijfeld?”, vraagt Jezus aan ons. We moeten Hem het antwoord schuldig blijven. Of eigenlijk weten we het wel, maar schamen we ons ervoor te moeten uitkomen dat we Jezus niet volledig vertrouwden.

Dan brengt Jezus ons weer terug naar de boot. Want ons leven is nog niet ten einde. We moeten weer verder. Maar keer op keer zal Jezus weer naar ons toe komen lopen over het water en ons vragen de sprong te maken. De sprong uit ons wetenschappelijke wereldbeeld naar het bijbelse wereldbeeld. De sprong van valse, maar bekende zekerheden naar de echte zekerheid die alleen Jezus ons kan geven. De sprong van het twijfelen of dit verhaal wel echt gebeurd is naar het in vertrouwen aannemen dat voor God niets té wonderlijk is. De sprong van de dood naar het leven.

Amen.