Gemeente van onze Heer Jezus Christus,
Stel: je wilt christen worden. Je bent opgegroeid in een niet-christelijk gezin en je hebt nog nooit een kerk van binnen gezien, maar je komt door anderen in aanraking met het christelijk geloof. Je wilt er meer van weten; je overweegt om christen te worden. Die mensen bestaan: ik ben er zelf een van. Maar eigenlijk zou je dan een cursus moeten volgen. Als je banketbakker wilt worden, dan moet je naar de banketbakkersschool; wil je fietsenmaker worden, dan zul je een cursus fietsen maken moeten volgen. Dus als je christen wilt worden, dan moet je eigenlijk ook een cursus volgen. Die cursussen bestaan trouwens ook echt.Hoe zou zo'n cursus er dan uit moeten zien? Bijvoorbeeld op de volgende manier. Les één: christenen kennen maar één God, maar zij aanbidden God als Vader, als Zoon en als heilige Geest. Da's al meteen een moeilijke. Eén God? Of toch drie Goden? Kijk, voor ons is de Drie-eenheid van God natuurlijk gesneden koek. Maar voor een christen in de leer is dat nog niet zo simpel te bevatten. Misschien zou je dat het beste kunnen uitleggen zoals Sint-Patrick dat deed toen hij het christelijk geloof aan de Ieren verkondigde. Hij deed dat aan de hand van een klaverblad. “Kijk,” zei hij, “een klaverblad is eigenlijk één blad, maar als je er anders naar kijkt, dan zie je drie blaadjes. Zo is het ook met God. Er is één God, maar als je er anders naar kijkt, dan zie je de Vader, de Zoon en de heilige Geest.” Tot zover les één.
Dan les twee. Die gaat over God de Vader. Dat is een makkie.
God de Vader is in de hemel. Hij heeft alles gemaakt wat er is. Het heelal, de
aarde, de natuur, de mensen. Híj zorgt er ook voor dat alles blijft bestaan,
omdat Hij houdt van zijn schepping, het meest nog van de mensen.
Les drie is dan weer wat moeilijker. God de Zoon, Jezus
Christus, die voor ons stierf aan het kruis en weer opstond uit de dood om ons
voor te gaan naar de Vader.
Maar dan les vier. Over God de heilige Geest. Dat is zelfs voor doorgewinterde christenen een moeilijk onderwerp. Want wie is die heilige Geest nu precies? Misschien is een herhalingslesje voor ons ook wel eens op z'n plaats. Laten we dus op zoek gaan naar de heilige Geest.
Zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament hebben de Hebreeuwse en Griekse woorden die geest betekenen nog andere betekenissen. Zij kunnen ook wind of adem betekenen. Lees maar eens Genesis 1, vers 2 in De Nieuwe Bijbelvertaling: “De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.” In een voetnoot staat er dan bij: “Gods geest, of: 'Gods adem'. Ook mogelijk is de vertaling: 'een hevige wind joeg het water op'.”
Wat hebben de woorden geest, adem en wind nu gemeen? Nou. ze zijn alle drie onzichtbaar: je kunt ze niet zien. De wind kun je voelen op je gezicht. Soms kun je de wind horen, vooral als hij hard waait. Of je kunt zien dat de blaadjes en de takken aan de bomen bewegen. Maar de wind zélf zie je niet. Je merkt dat de wind er is, terwijl je hem toch niet ziet.
Zo komen we al een beetje op het spoor van de heilige Geest. Ook die kun je niet zien, terwijl Hij er wel is. En omdat je de heilige Geest niet kunt zien, worden er in de Bijbel beelden gebruikt om de aanwezigheid van de heilige Geest zichtbaar te maken. Als Jezus door Johannes de Doper wordt gedoopt, daalt de Geest van God op Hem neer in de gestalte van een duif. De duif als beeld dus van de heilige Geest. Ook in het pinksterverhaal, dat we vanmorgen gehoord hebben, worden er beelden gebruikt.
Eerst horen de leerlingen van Jezus een geluid uit de hemel als van een hevige windvlaag. Zo wordt de komst van de wind, de adem, ja de Geest van God aangekondigd. De leerlingen horen Hem, maar zien Hem niet. Dit is een beeld dat we goed kunnen begrijpen. Maar dan worden de beelden moeilijker. Er verschijnen vlammen en de leerlingen gaan in vreemde talen spreken. Wat is hier aan de hand?
Ik ben eens op het internet gaan kijken naar plaatjes over Pinksteren. En ik vond een heleboel plaatjes die erg op elkaar leken. Van die wat kneuterige plaatjes. Als u wel eens zo'n blaadje van de Jehova's getuigen hebt gelezen, dan weet u precies wat ik bedoel. Ik heb er eentje als voorbeeld op de achterkant van de liturgie afgedrukt. Je ziet dan een groep mensen bij elkaar - meestal alleen mannen - die allemaal precies één vlammetje op hun hoofd hebben. Dat oogt natuurlijk wel heel leuk, maar volgens mij slaan die plaatjes de plank mis. Want het gaat helemaal niet om die vlammen op de hoofden. Veel belangrijker is wat er met die leerlingen gebeurde.
Over wat er met de leerlingen gebeurde is de Nederlandse taal rijk aan beeldspraak. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: zij raakten in vuur en vlam. Hun hart werd in vlam gezet. Ze werden vurig, aangevuurd. Hun ogen schoten vlammen. En waarom gebeurde dat? Omdat ze de heilige Geest ontvingen. Ze werden begeesterd, geestdriftig, geestrijk. Ze kregen de geest. Ze hadden ineens tegenwoordigheid van geest. En als je weet dat het Latijnse woord voor geest 'spiritus' is, dan kun je ook nog zeggen: ze raakten geïnspireerd. Ze kregen inspiratie. Allemaal uitdrukkingen om aan te geven wat er met de leerlingen gebeurde.
Iets van buiten kwam binnenin hen. De heilige Geest kwam in hen. Om nog even terug te komen op de Drie-eenheid: van God de Vader zou je kunnen zeggen dat Hij de God bóven ons is. Hij is in de hemel. God de Zoon, Jezus Christus, is God mét ons. Hij gaat met ons mee. En van God de heilige Geest kun je dan zeggen: Hij is God ín ons. Ikzelf vind dat een mooie omschrijving van de drie-enige God: God boven ons, God met ons en God in ons.
En wat is nu het gevolg van het in ons wonen van God de heilige Geest? Je kunt het zien aan de leerlingen. Ineens konden ze iets wat ze voorheen niet konden: ze spraken plotseling allerlei vreemde talen. Dát wil het pinksterverhaal volgens mij zeggen. Dat we de heilige Geest in ons gekregen hebben om ons als het ware boven onszelf uit te laten stijgen. Om ons dingen te laten doen die we van onszelf niet zouden kunnen doen. Om ons te helpen als we het zelf niet meer weten. Om ons te troosten als we ontroostbaar zijn. Jezus zelf noemde de heilige Geest daarom ook wel 'de Trooster'. Dát is wat de heilige Geest in ons dóét.
Om het nog wat aanschouwelijker te maken zal ik u een voorbeeld geven. Een voorbeeld uit de barre praktijk van mijn eigen leven. Op een keer gingen mijn vrouw en ik winkelen in de grote stad. Nu hou ik erg van winkelen, zolang het maar in boekwinkels is. Maar dat gingen we niet doen: er moest kleding worden gekocht. En kijk, daar hou ik nou niet van. Dus ik had al tamelijk de smoor in, toen we op weg gingen. En tot overmaat van ramp gingen we op een gegeven moment ook nog eens een lingeriewinkel binnen.
In die winkel plukte mijn vrouw wat kledingstukken bij elkaar en verdween in een pashokje. En ja, daar sta je dan als man plotseling helemaal alleen in zo'n lingeriezaak. Ik weet me dan geen houding te geven, hè. Kijk je naar links dan zie je een stellage vol beha's. Kijk je naar rechts: allemaal slipjes. Kijk je voor je, dan staan daar achter de toonbank van die juffrouwen die je allemaal misprijzend aankijken alsof ze denken: ouwe viezerik. Draai je je dan maar om dan lijkt het net alsof je probeert om in de pashokjes te gluren.
Ik ging dus maar een tijdje naar het plafond staan staren alsof ik in diepe filosofische gedachten was verzonken over het ontstaan van de wereld in het algemeen en de geboorte van de mensheid in het bijzonder. Maar ja, dat hou je ook niet lang vol en mijn vrouw bleef een eeuwigheid in dat pashokje. Uiteindelijk wilde ik wel gillend van frustratie die winkel uit hollen, dus dat deed ik toen ook maar. Niet gillend en hollend dan, maar ik ging er wél uit.
Eenmaal buiten gekomen wist ik ook daar niet wat ik moest doen. Nergens een bankje te bekennen, dus ik kon niet eens gaan zitten. Ik bleef dus maar zo'n beetje voor die winkel staan. Mijn stemming was beneden alle peil. Op dát moment kwam er een oude vrouw op me aflopen. Of nou ja, vrouw: het was meer een soort heks zonder bezemsteel. Ze had nog maar een paar van die losse tanden in haar mond staan en ze was gekleed in allemaal lompen. Tot op die dag heb ik nooit precies geweten wat lompen waren, maar zij droeg ze. En ze duwde een Albert Heijnwagentje voort met daarin de brokstukken van haar leven. Eenmaal dichtbij mij gekomen rook ze alsof ze al minstens drie jaar op de plaatselijke vuilnisbelt woonde.
Nee hè, dacht ik, dat heb ik weer. Ik heb kennelijk zo'n ongevaarlijke uitstraling dat dit soort verschoppelingen door mij worden aangetrokken als vliegen door stroop. Altijd als ik door de stad loop, dan word ik ook voortdurend lastiggevallen door krantenverkopers, bedelaars en mensen die de tijd willen weten.
“Heeft u misschien wat geld voor mij om een brood te kopen?”, vroeg ze. “Vlieg toch op, ga werken, trouw een rijke stinkerd of ga iemand anders lastigvallen.” Dit zei ik niet, hoor - ik dacht het alleen maar. Om van dat mens af te wezen, zocht ik in mijn broekzak naar wat kleingeld. Ik gaf haar vijftig cent. “Hier kan ik geen brood van kopen. Heeft u niet wat meer?” Ging ze me nog een beetje staan onderhandelen ook! Ik plofte echt zowat uit mijn vel.
En toen, ineens, trof het me: hier vóór mij staat een méns. Een mens door God gewild, gekend en geliefd. Een mens in ellendige omstandigheden, dat wel - maar: een mens. Ik werd op dat moment werkelijk door ontferming bewogen. En ik graaide in mijn zakken naar meer geld. Alles wat ik had, gaf ik haar. Nou was dat niet zo veel, wat muntgeld, maar als er een briefje van twintig in mijn zakken had gezeten, dan had ik haar dat ook gegeven. Ze bedankte me hartelijk en liep weer weg. En geloof het of niet: ze verdween inderdaad in een bakkerij.
Volgens mij is dát het werk van de heilige Geest geweest. Als het alleen van mij had afgehangen dan zou ik die vrouw hebben afgesnauwd. Maar de Geest tilde mij boven mezelf uit. Iets wat ik vanuit mezelf niet zou hebben gekund, kon ik wel doen doordat God in mij was. Hij deed mij dat doen. Zo werkt de heilige Geest. Wij hoeven daar niets voor te doen, alleen maar naar Hem te luisteren in geloof en vertrouwen.
Dát vieren we dus vandaag: dat God in ons is gekomen om ons boven onszelf uit te doen stijgen. Om ons te helpen als we het zelf niet meer weten. Om ons te troosten als we ontroostbaar zijn. Dát betekent het Pinksterfeest: dat God niet alleen bóven ons is en mét ons, maar ook ín ons.
Amen.