Protestantse gemeente te
Vriescheloo
Vanuit de pastorie
Merkteken PKN

Het Kerkvenster, juni 2005

Aan de zijlijn van al dat Europese geweld van de laatste weken speelde zich nog een andere discussie af: moet er op onze middelbare scholen in de biologielessen naast de evolutietheorie nog wel steeds de scheppingsleer onderwezen worden? (Misschien was dit wel een beter onderwerp voor een referendum geweest – wie snapte nou precies waar het in die grondwet over ging?).
De evolutietheorie zegt dat het leven zich in een langdurig proces heeft ontwikkeld van eencelligen tot geavanceerde levensvormen als de mens. De scheppingsleer zegt dat God de hemel en de aarde en alles wat daarop leeft heeft geschapen.
Ik begrijp de tegenstelling tussen deze twee niet. De evolutietheorie gaat over het hoe van het ontstaan van leven en de scheppingsleer gaat over het Wie en het waarom van de schepping. Maar ik word wel altijd een beetje boos op de mensen die deze discussie voeren. Want zij doen dat met de hakken in het zand.
De aanhangers van de evolutietheorie beschuldigen de mensen die uitgaan van de scheppingsleer van onwetenschappelijk geneuzel (D66-fractieleider Dittrich: “De scheppingsleer is geen wetenschappelijke theorie.”). Zij schijnen ook van mening te zijn dat christenen per definitie denken dat het begin van Genesis de evolutietheorie uitsluit. Maar dat is natuurlijk niet zo. Genesis 1:27: “God schiep de mens als zijn evenbeeld.” Er staat niet bij hoe Hij dat deed. De evolutie zou best het gereedschap van God kunnen zijn. Want in Genesis 2:7 staat: “Toen maakte God, de heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem levensadem in de neus.” Wat een prachtige omschrijving van de evolutietheorie!
Aan de andere kant zeggen mensen die overtuigd zijn van de scheppingsleer een beetje schamper: “Moeten we nou echt geloven dat wij van de apen afstammen?” Dat beweert de evolutietheorie helemaal niet. Mensen en apen schijnen wel een parallelle ontwikkeling te hebben doorgemaakt en er is misschien een gemeenschappelijke voorouder geweest (hoewel die nooit gevonden is). En bovendien: is het erg om van de apen af te stammen? Als God dat nou zo geregeld heeft: wat is er mis mee?
Het lijkt mij zinvol dat de twee kampen wat beter naar elkaar gaan luisteren. Misschien moeten we dát onze kinderen op de middelbare school leren. Dus laat de scheppingsleer in het lespakket zitten, dan kunnen ze al op jonge leeftijd écht leren discussiëren.

Kleinzoon

Met onze kleinzoon gaat alles goed. Hij vervult zijn taken als baby naar behoren. Wij danken u voor alle felicitaties en kaarten die we mochten ontvangen. Wij vonden dat heel erg leuk!

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, mei 2005

Het is zover: we zijn opa en oma (en oom) van een kleinzoon geworden! Hij heet Rick Terwan, Hij is geboren op 4 mei om 06.07 uur. Hij weegt 3010 gram, hij is 48 centimeter lang en alles zit erop en eraan. We zijn erg gelukkig en blij met hem. En we zijn dankbaar om hem. Dankbaar ook dat alles goed is gegaan met zijn geboorte en dat hij gezond is. Moeder Ellen moest wel onverwacht naar het ziekenhuis in Woerden om te bevallen omdat ze erg veel pijn had (het gaat nu weer goed met haar en ook met vader Sebastiaan). En bij Rick werd vocht in een van zijn longetjes geconstateerd, waardoor hij aan allerlei medische apparatuur (infuus en meetapparatuur) moest worden aangesloten. Ook kreeg hij een antibioticum toegediend om een ontsteking te voorkomen (men dacht zelfs even aan een longontsteking). Daarom bracht hij de eerste dagen van zijn leven in het ziekenhuis door. En daar hebben wij hem voor het eerst ontmoet. Net als de natuur die om ons heen weer tot leven komt, is Rick ook een wonder. Wat een lief en prachtig ventje! Als opa en oma ben je natuurlijk bevooroordeeld, maar Rick is echt de mooiste baby ter wereld! Maar we moesten weer naar huis, dus we hebben nog maar vier dagen van hem kunnen genieten. Bovendien geniet je in het ziekenhuis toch anders van zo'n kind dan als hij in zijn eigen huis zou zijn. Maar toen we zondag net thuis waren, hoorden we dat Rick naar huis mocht. Dat was natuurlijk fantastisch nieuws, alleen jammer dat we al thuis waren. Nu moeten we nog even wachten om hem in zijn eigen huis te zien.

Toen we thuis kwamen heb ik meteen een foto van Rick als bureaublad op mijn computer gezet, zodat ik de hele dag naar hem kan kijken. Misschien zet ik nog wel wat foto’s op de website van de Protestantse gemeente te Vriescheloo (www.pkn-vriescheloo.nl). Daar horen misschien wel geen privé-foto’s, maar als voorganger én opa mag je toch wel iets van je trots laten zien?

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.

Rick Terwan Dit is hem dan: Rick Terwan. Wat is hij mooi, hč? De pleisters van het zuurstofslangetje zitten nog op zijn wangen. Die zijn er gelukkig de volgende dag afgehaald. (Klik op de foto voor een vergroting.)
Rick Terwan met ouders en grootouders Rick met zijn pappa, mamma, opa en oma. Ook de binnenkant van zijn mond is erg mooi. (Klik op de foto voor een vergroting.)


Het Kerkvenster, april 2005

Paus Johannes Paulus II is dood. Nog meer dan tijdens zijn leven is hij nu een echte mediahype geworden. Zelfs op de commerciële zenders is ruimschoots aandacht voor het overlijden van de paus en voor de verkiezing van zijn opvolger. Maar al die snelle jongens en meisjes van de commerciëlen schijnen meer geďnteresseerd te zijn in de Vaticaanse machtspolitiek en de geheimzinnigheid rondom de dood van een paus en de bijeenkomst van de stemgerechtigde kardinalen dan in het christelijke geloof. Woorden als crypte en conclaaf rollen als zoete broodjes over de toonbank. De Da Vinci Code – maar dan voor het echie.

Ik zat te lezen in het laatste document dat JPII geschreven heeft: een Apostolische Brief, verschenen op 25 maart – slecht een paar dagen voor zijn dood. Daarin trof me het volgende: “Ook de wereld van de massamedia heeft Christus’ verlossing nodig. Persoonlijke verdieping in de heilige Schrift, de ‘grote codex’ voor het overbrengen van een boodschap die op grond van haar verlossende waarde niet vluchtig en vergankelijk is maar juist fundamenteel, kan ongetwijfeld helpen de processen en de waarde van communicatiemiddelen met de ogen van het geloof te zien.” Met andere woorden: we moeten die massamedia in dienst nemen voor het koninkrijk van God. En als er íémand is geweest die wist hoe dat moest, dan was het de paus zelf wel. Want tussen al die hitsige berichtgeving door waren toch telkens vonkjes van het evangelie te bespeuren. Ik denk dat als Maurice de Hond op dit moment zou onderzoeken wat de paus voor de wereld betekend heeft, veel mensen begrippen als vrede, gerechtigheid en barmhartigheid zouden noemen.

Een tijdje terug stelde iemand voor om ook in de Protestantse Kerk in Nederland een bisschop (of paus) aan te stellen. Niet als hiërarchische functie, maar meer in de zin van spreekbuis voor de kerk (een beetje vergelijkbaar met hoe de koningin in Nederland functioneert). Ik vind dat eigenlijk een heel goed idee. Want JPII heeft voor elkaar gekregen wat de PKN maar niet lukt: om als belangrijke factor in de media het evangelie over het voetlicht te krijgen. Een PKN-paus, als het een goede is, zou dat wel kunnen – zeker omdat hij of zij (het kan natuurlijk best een pausin zijn) geen rare standpunten als celibaat en het verbieden van geboortebeperking hoeft te verdedigen, maar zich volledig zou kunnen concentreren op het uitdragen van de bijbelse boodschap en de christelijke principes. Ikzelf zie me dat niet worden, maar ik wil best zitting nemen in het conclaaf.

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, maart 2005

In de pastorie wordt met spanning het moment afgewacht dat ons leven wordt verrijkt met een nieuw leventje. Eind april – of daaromtrent, van twee weken ervoor tot twee weken erna – hopen wij oma, opa en oom te zijn. Stiekem hoop ik dat het kindje even wacht tot na 24 april, want daarvoor zit ik waarschijnlijk midden in de drukte (en de spanning) voor de jeugddienst. Maar ach, wat maak ik me ook druk! Er zit veel waars in: “Als het kindje maar gezond is.” Als ik één wens mocht hebben, dan zou dat het zijn.

Maar er zit meer nieuw leven in de lucht… Het is bijna Pasen. En met de paaswake gaan acht mensen in onze gemeente openbare belijdenis van hun geloof doen. Twee van hen worden dan ook gedoopt. Het is een klein (of misschien zelfs wel een groot) wonder dat er in deze tijd zo veel mensen zijn die hun jawoord aan God en zijn gemeente geven. Dat is niet alleen belangrijk voor de mensen die belijdenis doen, maar ook voor ons allemaal. Hun geloof versterkt het onze. Dat is iets waar we ontzettend blij over mogen zijn. Ook dit is nieuw leven! (Het is zelfs nieuw leven in het kwadraat: vier van de mensen die belijdenis gaan doen hopen in april of mei (opnieuw) vader en moeder te worden.)

Nog meer nieuw leven… Ik kijk ondertussen ook wel erg uit naar het nieuwe leven van de lente. Zo eind januari, begin februari ben ik de winter wel weer zat. En dan valt er in maart nog zo’n pak sneeuw! Terwijl ik dit schrijf smelt de sneeuw als sneeuw voor de zon. Gelukkig maar!

Maar uiteindelijk gaat het om het vernieuwde leven van Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan! Onze toekomst is zekergesteld doordat Jezus uit de dood is opgestaan. Pasen is niet voor niets het belangrijkste christelijke feest!

Met al dat nieuwe leven zouden we bijna vergeten dat er ook leven is dat ten einde loopt. Ons bereikte het bericht dat Akke Stoel overleden is (zie ook het vorige Kerkvenster). Toen wij in de pastorie kwamen wonen kregen we van haar een kaartje om ons welkom te heten in het huis waar zij geboren is (in 1915). Haar vader was hier jaren predikant. (In het vorige Kerkvenster is abusievelijk vermeld dat hij meer dan 20 jaar voorganger is geweest. Dat is ook wel zo, maar ds. Stoel is hier voorganger geweest van 1902 tot 1940 – bijna 40 jaar dus.) Moge zij rusten in de vrede van onze Heer.

Voor degenen die wachten op het laatste artikel in de reeks over De Nieuwe Bijbelvertaling: dat wordt volgende keer geplaatst.

Ik wens u, ook namens Bregina, een fijne paastijd toe.
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, februari 2005

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan… Ik heb u geloof ik wel eens verteld dat ik zo’n honderd jaar geleden in de automatisering gewerkt heb. Sindsdien heb ik geen computerprogramma meer geschreven. Maar nu is daar verandering in gekomen. Enige tijd geleden hebben Bregina en ik namelijk met een digitaal fototoestel foto’s genomen van de jeugdclub, de kerkdienst van eerste kerstdag en het kinderkoor. Deze foto’s wilde ik per e-mail versturen aan de mensen die erop stonden, maar het bleek dat daarbij problemen ontstonden omdat foto’s erg grote computerbestanden zijn. Toen bedacht ik me dat ik nog ergens op het internet een website moest hebben. Ik heb dus vervolgens die foto’s op die website gezet. Maar al doende kreeg ik lol in het maken van zo’n website, dus zette ik er nog meer dingen op. Op dit moment staan die foto’s er dus op, maar ook een paar nummers van Het Kerkvenster, het rooster van de kerkdiensten in de komende tijd, de agenda, onze “plaatselijke regeling” en een aantal verwijzingen naar andere kerkelijke websites. Misschien hebt u nog meer ideeën van dingen die ik op die website zou moeten zetten. Laat het me weten! Het adres van deze website is: www.pkn-vriescheloo.nl. Hij is ook te bereiken via de website van de Protestantse Kerk in Nederland: www.pkn.nl. Klik dan vervolgens onder het kopje Websites plaatselijke gemeenten op de letter V. Dan krijgt u een overzicht van alle websites van gemeenten die beginnen met een V. Klik dan op Vriescheloo.

Het veertigdagenboekje is nog bij mij te koop (€ 3,00). Dit dagboekje voor de veertigdagentijd is een goede manier om de veertig dagen te beleven, om tijd vrij te maken voor de inkeer, de verstilling, de verwondering en de (zij het misschien nog gedempte) vreugde van de vastentijd en Pasen. De titel van het boekje van dit jaar luidt: Kruiswoorden en kruisdragen. Het sluit aan bij de zondagse kerkdiensten. Van harte aanbevolen!

Ik wens u, ook namens Bregina, een gezegende veertigdagentijd toe,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, januari 2005

De tiendaagse veldtocht van Kerstmis (zo noemde een collega dat) zit er weer op. Het was erg druk, maar ook erg fijn. Doen we volgend jaar weer! Maar ondertussen ben ik al weer druk met Pasen bezig. Is dat niet wat vroeg? Och, ten eerste valt Pasen dit jaar vroeg (27 maart) en ten tweede ben ik de coördinator van het veertigdagenboekje, een dagboek voor de veertigdagentijd.

De veertigdagentijd is de voorbereidingstijd op Pasen, zoals de advent is voor Kerstmis, en begint op 9 februari (Aswoensdag). Vanouds is de veertigdagentijd de periode dat catechisanten zich voorbereiden op hun doop in de paasnacht. Vasten was daarvan een vast bestandsdeel. Maar ook voor al gedoopte christenen is de veertigdagentijd een tijd van verstilling, verwondering en een toeleven naar Pasen. De laatste jaren krijgt de veertigdagentijd, en vaak in het bijzonder de stille week (de week voorafgaande aan Pasen), in veel gemeenten meer aandacht. Daarom ook zijn we in Woerden, nu elf jaar geleden, begonnen met het maken van een (ieder jaar nieuw) veertigdagenboekje. Het is een dagboek, waarin voor iedere dag een bijbellezing wordt gegeven en een verwerking daarvan (een overdenking, een gedicht, een verhaal of iets anders). De bedoeling ervan is dat de gebruiker van het veertigdagenboekje meer bewust toeleeft naar Pasen.

Vanaf eind oktober is een groot aantal mensen bezig om dit veertigdagenboekje te maken. Het wordt ieder jaar in meer plaatsen in (kerkelijke) gemeenten en parochies verkocht (dit jaar zijn het er ongeveer 15) in een oplage van 1500 exemplaren. Het is de bedoeling dat het op 28 januari verschijnt. Mocht u nieuwsgierig geworden zijn: het is bij mij verkrijgbaar voor € 3,00. Sinds vorig jaar maken we ook een boekje voor kinderen. Kosten: € 0,50.

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, december 2004

De ene man-met-baard is nog niet naar Spanje vertrokken of de andere staat alweer voor de deur: de kerstman. Ik moet u bekennen dat ik een hekel heb aan die rondbuikige, “ho, ho, ho”-blčrende malloot met zijn appelwangetjes. Want wie is die kerstman nu helemaal? De kerstman in zijn huidige gedaante komt oorspronkelijk uit Nederland. Hij is zijn leven begonnen als… Sinterklaas! Nederlandse kolonisten namen Sinterklaas aan het begin van de zeventiende eeuw mee naar Amerika, waar hij een nogal noodlijdend bestaan leidde. Maar op een gegeven moment werden echter alle midwinterfestiviteiten vereenvoudigd, en daarom verplaatste men sinterklaasavond naar kerstavond. En zo veranderde de Nederlandse Sinterklaas in de Amerikaanse Santa Claus, de kerstman. Maar pas in de dertiger jaren van de vorige eeuw kreeg hij zijn huidige uiterlijk. Een reclametekenaar van de Coca-Cola Company gaf hem zijn dikke buik, zijn ronde, blozende wangen en zijn rode pak. Sinds de jaren vijftig is hij niet meer weg te denken uit de Amerikaanse cultuur. En mét de Amerikaanse films kwam hij ook weer terug in Nederland.

Maar waarom heb ik nu zo’n hekel aan hem? Ten eerste vind ik hem een ongewenste vreemdeling. Laten we hem zo snel mogelijk terugsturen naar Amerika. Wíj hebben hier de echte Sinterklaas al en hebben geen behoefte aan surrogaat. Ten tweede leidt de kerstman af van waar het werkelijk met kerstmis om gaat: de geboorte van Jezus Christus. Wat heeft die kerstman daarmee te maken? Ik weet wel… je kunt hetzelfde zeggen van de kerstboom en allerlei andere kerstgebruiken, maar de kerstman is geen ding of gebruik, maar een persóón. Een kerstbóóm is een versiering, maar de kerstmán is een verdringer. Overal waar hij opduikt wordt niet meer gesproken over de geboorte in Betlehem. De kerstman is een vijand van het christendom!

Ik zie erg uit naar kerstmis hier in Vriescheloo. Het wordt voor mij wel een drukke periode met twee kerstdiensten en de kerstwijding. Een mooie test voor mijn stressbestendigheid. Maar aan de andere kant: het is wel een van de hoogtepunten van het kerkelijk jaar. En voor mij persoonlijk betekent kerstmis toch altijd weer het ultieme bewijs van Gods trouw aan ons: Hij heeft tóén ingegrepen in de wereld en daarom weet ik dat Hij het weer zal doen.

Ik wens u, ook namens Bregina en Tim, gezegende kerstdagen toe en een goede jaarwisseling.
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, november 2004

Hebt u dat nu ook? Dat de tijd zo snel voorbij lijkt te gaan? Je knippert een paar keer met je ogen en er is weer een dag voorbij. Een week stelt niets meer voor. En terwijl ik nog helemaal op de zomer ben ingesteld, is het ondertussen al weer herfst. Zo lijkt het nog maar kort geleden dat mijn de kinderen naar de peuterspeelzaal gingen, en nu wordt Sebastiaan, onze oudste zoon, vader! Dat betekent dat ik opa wordt en Bregina oma. We hadden gedacht dat het nog wel enige tijd zou duren voordat we oma en opa zouden worden (Sebastiaan is nog geen 20), maar we zijn er toch erg blij mee! Zijn Ellen is een paar jaar ouder en samen zullen ze vast een goede vader en moeder voor ons kleinkind zijn.

Terwijl ik dit schrijf worden er op veel plaatsen in Nederland kerken, moskeeën en scholen in brand gestoken. In IJsselstein nota bene, de plaats waar ik dit voorjaar mijn leervicariaat heb gedaan, hebben ze molotovcocktails tegen de muur van de moskee gegooid. En in Utrecht, waar ik gestudeerd heb, hebben ze twee kerken in de brand proberen te steken. Het lijkt hier wel Indonesië! Natuurlijk is de aanleiding van dit alles – de moord op Theo van Gogh – verschrikkelijk, maar de gevolgen hiervan worden naar mijn idee een beetje overtrokken. Okee, er is iemand vermoord om zijn mening, en dat is op geen enkele manier goed te praten. Maar om nu te gaan zeggen dat je kennelijk geen vrije mening meer mag hebben… Er worden ook mensen om hun geld vermoord, en dan is er niemand die zegt dat je kennelijk in Nederland geen geld meer mag hebben. De gespannen situatie die nu lijkt te ontstaan, is volgens mij meer het gevolg van de overspannen reacties van journalisten, “deskundigen” en politici. “Het kabinet verklaart de oorlog aan het terrorisme.” Wat is dit voor krijgszuchtige taal? Ik vind het de taak van journalisten en politici om problemen verstandig en bedaagd te bespreken en op te lossen, niet om allerlei wildwestverhalen op de televisie te vertellen!

Nu ja, ik wind me te veel op. Natuurlijk is het moslimfundamentalisme een ernstig probleem, maar er moet niet vergeten worden dat het grootste deel van de moslims, net als het grootste deel van de christenen, goedwillende mensen zijn. In de moskee van IJsselstein heb ik alleen maar goede mensen ontmoet. De oplossing voor de problemen tussen de geloven moet worden gezocht via de dialoog. Ik zou de dames en heren politici willen oproepen daar eens snel mee te beginnen. En als ze toch bezig zijn, dan kunnen ze misschien tegelijk ook eens wat inhoud geven aan die “normen en waarden” waar ze al tijdlang de mond van vol hebben zonder erbij te zeggen wat ze nu precies bedoelen (behalve dan dat ze er moeten zijn). Bijvoorbeeld dat het uiten van wat voor vrije mening ook niet gepaard mag gaan met beledigingen of het oproepen van geweld, maar dat respect voor een ander altijd voorop moet staan. Het is de toon die de muziek maakt…

Laten we ons hart warm en ons hoofd koel houden!

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, oktober 2004

Geweldig! Dit woord zou ik willen gebruiken om de welkomstdienst van zondag 26 september te omschrijven. Wat een inzet van zoveel mensen! Met de muzikale uitingen (gezongen en gespeeld), met het spel van de kinderen, met de verkondiging, de liturgie en de gebeden (“Wij gaan u voor in stil gebed…”), met de sfeer en met de volle kerk werd ons duidelijk gemaakt dat wij welkom zijn in Vriescheloo. En niet alleen dat, maar ook dat ik, als zogeheten herder, er niet alleen voor sta, maar dat wij – herder en kudde – elkáár kunnen en moeten helpen. Dat er een wederkerigheid is tussen kudde en herder. Dat wij allemaal de verantwoordelijkheid hebben om onze gaven en talenten in te zetten voor het Koninkrijk. Ieder op zijn of haar eigen manier.
We hebben ook genoten van het samenzijn na de dienst. Voor de eerste keer het Gronings volkslied gezongen, heerlijk gegeten, mensen ontmoet, weer samen gezongen. Wéér zoveel mensen die hun talenten voortreffelijk inzetten.

Ik voelde me zó welkom dat ik er bijna van ging zweven. Gelukkig(?) gebeurden er in de week na de welkomstdienst een paar dingen die me weer naar de aarde deden afdalen. Eerst reed ik ons Pandaatje wat te enthousiast achteruit, waarbij ik een boom raakte. Gevolg: een deuk. Niet in de boom (die maakt het uitstekend – dank u), maar in de auto en in mijn ego. Ik sprak een enkel woord dat voorgangers normaal niet bezigen (vier letters, het begint met een s en eindigt op een t, en het is niet sint, ook al heeft het daar enige klankverwantschap mee). Daarna ging ik al net zo enthousiast met een boormachine aan de slag en raakte daarbij een waterleiding (ja, ja, dat is knap stom: ik heb het mezelf al verteld). Natte voeten in de pastorie. Nee hoor, zo erg was het niet, maar er moest wel een loodgieter aan te pas komen. En ten slotte… Ik verwachtte een ten slotte, want alle goede dingen bestaan in drieën, dus waarom de kwade dingen niet? Maar het kwam niet – of is nog niet gekomen: ik houd mijn hart vast…

Zo weet ik dus weer dat ik geen mens zonder fouten ben. Na de oase-ervaring van de welkomstdienst was het nodig het evenwicht opnieuw te herstellen met een woestijnervaring. Maar toch zijn wij alle mensen die op wat voor manier ook aan deze dienst hebben meegewerkt zeer dankbaar.

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.



Het Kerkvenster, september 2004

U hebt het misschien al gemerkt: de pastorie is weer bewoond. Sinds half augustus zijn wij – Erik, Bregina en Tim Terwan – er komen wonen. Wie zijn wij? Laten we onszelf eerst even aan u voorstellen.

Erik: Ik ben in 1961 in Rotterdam geboren, op de leeftijd van anderhalf jaar verhuisd naar Hellevoetsluis en daarna op negenjarige leeftijd naar Woerden. Daar ontmoette ik Bregina – die later mijn vrouw zou worden – in de vierde klas van de lagere school (voor jongere lezers: groep zes van de basisschool). Ik ging naar de havo en een blauwe maandag naar de hts. Daarna ging ik werken in de ICT (voor oudere lezers: de automatisering) en trouwde ik in 1982 met Bregina. We kregen twee kinderen, Sebastiaan (1985) en Tim (1987).

De ICT en ik waren in het begin goede vrienden, maar later verwaterde de vriendschap nogal, zodat ik ging uitzien naar een andere manier om in ons levensonderhoud te voorzien. Het werd een roeping: ik ging theologie studeren om daarna predikant te kunnen worden. In 1996 ben ik begonnen aan een voorbereidend jaar met Latijn, Grieks en nog een paar vakken om mijn havo-diploma wat op te vijzelen. In 1997 begon het echte werk. En sinds die tijd heb ik heel wat bloed, zweet en tranen (nou ja, eigenlijk niet echt bloed) geplengd op het offeraltaar van de theologiestudie. Het einde komt nu een beetje in zicht, maar het is waar wat ze zeggen: de laatste loodjes wegen het zwaarst.

In april van dit jaar stuurde ik een sollicitatiebrief naar Vriescheloo. Na aankomst werd deze brief opgevreten door een hond (wáár gebeurd; ik schrijf kennelijk erg lekkere sollicitatiebrieven), maar de hond in kwestie had geen zin in mijn telefoonnummer, waardoor men mij kon bellen om een nieuwe brief. Deze heb ik toen maar per e-mail opgestuurd (honden lusten geen e-mails). Tot onze grote vreugde werd ik in Vriescheloo aangenomen en ben ik op 1 september met mijn werk als voorganger begonnen.

Sebastiaan is in Holland achtergebleven: hij werkt in Woerden en is in juni het huis uitgegaan toen hij samen met zijn vriendin in Bodegraven een huis kon krijgen. Tim is wel met ons meegekomen naar Vriescheloo.

Bregina: Ik ben al 22 jaar getrouwd met Erik en fulltime huisvrouw en moeder. Voor we naar Vriescheloo kwamen wist ik niet wat het inhield om uit je woonplaats weg te gaan. Ik ben geboren en getogen in Woerden. Dáár wonen onze ouders, familieleden en vrienden. Dáár ging ik naar school en trouwde met Erik. Dáár werden Sebastiaan en Tim geboren. Dáár hielp ik op school, deed vrijwilligerswerk en maakte tijd voor mijn hobby’s (onder andere: koken, lezen, zwemmen en tuinieren). Dáár ging ik met vreugde naar de kerk en deed actief mee aan het samen zijn van gemeente, van kerk (kringen, meertalig avondgebed, kerkvrienden (verstandelijk gehandicapten die met ons meegingen naar de kerk), kindernevendienst). Dáár was ruim veertig jaar mijn leven.

En nu hier in Vriescheloo, waar alles zo heel anders is. Ondanks mijn stralende lach, mijn praatjes met verschillenden van u, het meezingen bij Joy, vind ik het soms best moeilijk, omdat ik me af en toe ontworteld voel. Ik hoor niet meer dáár, maar ook nog niet hier. Toch zie ik ons wonen hier en deel uitmaken van de gemeente met spannende vreugde tegemoet.

Een mooier welkom had u ons niet kunnen geven op 11 juli en ik zie vooruit naar de dienst van zondag 26 september, waarin we officieel (nogmaals) welkom worden geheten.

Tim: (“Wil jij een stukje voor de kerkbode schrijven?” “Nou… nee.” “Vind je het dan goed dat ik een stukje schrijf?” “Ja hoor.” Zo kreeg ik dus carte blanche om over Tim te schrijven. Maar ik zal het netjes houden.) Tim heeft dit jaar het vmbo-t afgerond. Dit kwam met de verhuizing goed uit, omdat hij toch naar een andere school zou moeten gaan. Maar hij was niet overdreven blij met het feit dat we naar Vriescheloo zouden verhuizen. Al zijn vrienden heeft hij in Woerden moeten achterlaten. Hij is dus al twee keer een weekendje naar Woerden terug geweest. Inmiddels is hij begonnen aan een ICT-opleiding op het Noorderpoortcollege in Winschoten. (Erik: “Nou ja, jongen, je kunt altijd nog theologie gaan studeren.”) Tim houdt van muziek, computeren, televisie kijken en rondhangen.

Zo, nu weet u een beetje wie zij zijn. We hopen dat we, samen met u, een goede tijd zullen hebben in Vriescheloo. Onze hoop en gebed is dat we met elkaar, bij lief en leed, de komende tijd mogen wandelen in het licht van onze God. Wij geloven dat God ons hier in Vriescheloo heeft gebracht en wij vertrouwen erop dat Hij met ons mee zal blijven gaan.

Tot slot

Door alle drukte van verhuizing en al het geregel en gedoe daaromheen ben ik niet meer zo aan het wereldnieuws toegekomen. Verder dan wat koppensnellen en een enkele keer naar het Journaal kijken ben ik niet gekomen. Maar ik heb wél de afschuwelijke gebeurtenissen in Beslan gevolgd. Ik word – als ik van zulke dingen hoor – afwisselend boos en verdrietig, begrijp niet hoe mensen tot zulke beestachtige wandaden in staat zijn, begrijp het vervolgens een beetje als ik mijn eigen woede, verdriet en wanhoop over deze wereld uitvergroot (want dit is volgens mij wat er bij die daders gebeurt: te sterk uitvergrote frustratie over hun toestand), maar eindig dan toch weer bij onbegrip: hoe halen mensen dat soort dingen in hun hoofd? Aan de ene kant zou ik ze aan de hoogste boom willen opknopen, maar aan de andere kant ben ik ook blij dat ik niet hun rechter ben. Dit is bij mij een gevecht tussen gevoel en verstand. Het verstand zegeviert dan gelukkig meestal ten slotte.

Maar ik las ook een bericht op de website van de Ikon (www.ikon.nl) waar ik enige tijd over heb lopen nadenken. De aartsbisschop van Canterbury (zeg maar: de paus van Engeland) zei dat zijn geloof danig op de proef werd gesteld door het bloedbad in Beslan. “Het is waarschijnlijk het lijden van kinderen dat het persoonlijke geloof van eenieder het sterkst op de proef stelt,” zei hij. Dát snap ik dus niet. Ten eerste lijkt het wel of die man nog nooit eerder heeft nagedacht over het probleem van het lijden in de wereld (heeft hij in de klas zitten slapen toen het over de Tweede Wereldoorlog ging?). Maar erger vind ik dat hij zo de schuld van dat bloedbad in de schoenen van God probeert te schuiven: God greep niet in, dus is Hij verantwoordelijk voor de gebeurtenissen. Maar volgens mij zijn het mensen die verantwoordelijk zijn. De dader heeft het gedaan is de titel van een musical van Annie M.G. Schmidt, maar is ook hier van toepassing. Het zijn mensen die deze verschrikkelijke dingen hebben gedaan, niet God. God heeft de mensen de gave van de vrije wil en van de verantwoordelijkheid gegeven. Dát is wat mensen onderscheidt van dieren. Dáárom zijn mensen de kroon op Gods schepping. Maar omdat mensen een vrije wil hebben, kunnen ze ook de verkeerde dingen willen. En als God dán zou ingrijpen, dan zou hij de vrije wil tenietdoen, en daarmee ook de mens zelf. Mensen blijven verantwoordelijk voor hun eigen daden en zullen daarvoor verantwoording moeten afleggen aan de Rechter.

Dat neemt niet weg dat het natuurlijk verschrikkelijk is wat daar in Beslan is gebeurd. Ik denk dat God dat ook vindt. En ik denk ook dat God een medelijdende en troostrijke God is. Niet alleen in de toekomst (want ik geloof dat eens alles goed zal komen), maar ook nu. In mensen, in een troostrijk woord of gebaar, in kleine dingen als het zingen van een vogel of het bloeien van een bloem, kan het medelijden en de troost van God ineens gestalte krijgen.

Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.


Copyright © Protestantse gemeente te Vriescheloo 2008
Laatste wijziging: 13-7-2007
00112943