|
|
|
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, mei 2005
Het is zover: we zijn opa en oma (en oom) van een kleinzoon
geworden! Hij heet Rick Terwan, Hij is geboren op 4 mei om 06.07 uur. Hij weegt
3010 gram, hij is 48 centimeter lang en alles zit erop en eraan. We zijn erg
gelukkig en blij met hem. En we zijn dankbaar om hem. Dankbaar ook dat alles
goed is gegaan met zijn geboorte en dat hij gezond is. Moeder Ellen moest wel
onverwacht naar het ziekenhuis in Woerden om te bevallen omdat ze erg veel pijn
had (het gaat nu weer goed met haar en ook met vader Sebastiaan). En bij Rick
werd vocht in een van zijn longetjes geconstateerd, waardoor hij aan allerlei
medische apparatuur (infuus en meetapparatuur) moest worden aangesloten. Ook
kreeg hij een antibioticum toegediend om een ontsteking te voorkomen (men dacht
zelfs even aan een longontsteking). Daarom bracht hij de eerste dagen van zijn
leven in het ziekenhuis door. En daar hebben wij hem voor het eerst ontmoet. Net
als de natuur die om ons heen weer tot leven komt, is Rick ook een wonder. Wat een
lief en prachtig ventje! Als opa en oma ben je natuurlijk bevooroordeeld, maar
Rick is echt de mooiste baby ter wereld! Maar we moesten weer naar huis, dus we
hebben nog maar vier dagen van hem kunnen genieten. Bovendien geniet je in het
ziekenhuis toch anders van zo'n kind dan als hij in zijn eigen huis zou zijn.
Maar toen we zondag net thuis waren, hoorden we dat Rick naar huis mocht. Dat
was natuurlijk fantastisch nieuws, alleen jammer dat we al thuis waren. Nu
moeten we nog even wachten om hem in zijn eigen huis te zien.
Toen we thuis kwamen heb ik meteen een foto van Rick als
bureaublad op mijn computer gezet, zodat ik de hele dag naar hem kan kijken.
Misschien zet ik nog wel wat foto’s op de website van de Protestantse gemeente
te Vriescheloo (www.pkn-vriescheloo.nl).
Daar horen misschien wel geen privé-foto’s, maar als voorganger én opa mag je
toch wel iets van je trots laten zien?
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
.JPG) |
Dit is hem dan: Rick Terwan. Wat is hij mooi, hč? De pleisters van het zuurstofslangetje zitten nog op zijn wangen.
Die zijn er gelukkig de volgende dag afgehaald. (Klik op de foto voor een vergroting.)
|
.JPG) |
Rick met zijn pappa, mamma, opa en oma. Ook de binnenkant van zijn mond is erg mooi.
(Klik op de foto voor een vergroting.)
|
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, april 2005
Paus Johannes Paulus II is dood. Nog meer dan tijdens zijn
leven is hij nu een echte mediahype geworden. Zelfs op de commerciële zenders
is ruimschoots aandacht voor het overlijden van de paus en voor de verkiezing
van zijn opvolger. Maar al die snelle jongens en meisjes van de commerciëlen
schijnen meer geďnteresseerd te zijn in de Vaticaanse machtspolitiek en de
geheimzinnigheid rondom de dood van een paus en de bijeenkomst van de
stemgerechtigde kardinalen dan in het christelijke geloof. Woorden als crypte
en conclaaf rollen als zoete broodjes over de toonbank. De Da Vinci Code
– maar dan voor het echie.
Ik zat te lezen in het laatste document dat JPII geschreven
heeft: een
Apostolische Brief, verschenen op 25 maart – slecht een paar dagen
voor zijn dood. Daarin trof me het volgende: “Ook de wereld van de massamedia
heeft Christus’ verlossing nodig. Persoonlijke verdieping in de heilige
Schrift, de ‘grote codex’ voor het overbrengen van een boodschap die op grond
van haar verlossende waarde niet vluchtig en vergankelijk is maar juist
fundamenteel, kan ongetwijfeld helpen de processen en de waarde van communicatiemiddelen
met de ogen van het geloof te zien.” Met andere woorden: we moeten die
massamedia in dienst nemen voor het koninkrijk van God. En als er íémand is
geweest die wist hoe dat moest, dan was het de paus zelf wel. Want tussen al
die hitsige berichtgeving door waren toch telkens vonkjes van het evangelie te
bespeuren. Ik denk dat als Maurice de Hond op dit moment zou onderzoeken wat de
paus voor de wereld betekend heeft, veel mensen begrippen als vrede, gerechtigheid
en barmhartigheid zouden noemen.
Een tijdje terug stelde iemand voor om ook in de
Protestantse Kerk in Nederland een bisschop (of paus) aan te stellen. Niet als hiërarchische
functie, maar meer in de zin van spreekbuis voor de kerk (een beetje
vergelijkbaar met hoe de koningin in Nederland functioneert). Ik vind dat
eigenlijk een heel goed idee. Want JPII heeft voor elkaar gekregen wat de PKN
maar niet lukt: om als belangrijke factor in de media het evangelie over het
voetlicht te krijgen. Een PKN-paus, als het een goede is, zou dat wel kunnen –
zeker omdat hij of zij (het kan natuurlijk best een pausin zijn) geen rare
standpunten als celibaat en het verbieden van geboortebeperking hoeft te
verdedigen, maar zich volledig zou kunnen concentreren op het uitdragen van de
bijbelse boodschap en de christelijke principes. Ikzelf zie me dat niet worden,
maar ik wil best zitting nemen in het conclaaf.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, maart 2005
In de pastorie wordt met spanning het moment afgewacht dat
ons leven wordt verrijkt met een nieuw leventje. Eind april – of daaromtrent,
van twee weken ervoor tot twee weken erna – hopen wij oma, opa en oom te zijn.
Stiekem hoop ik dat het kindje even wacht tot na 24 april, want daarvoor zit ik
waarschijnlijk midden in de drukte (en de spanning) voor de jeugddienst. Maar
ach, wat maak ik me ook druk! Er zit veel waars in: “Als het kindje maar gezond
is.” Als ik één wens mocht hebben, dan zou dat het zijn.
Maar er zit meer nieuw leven in de lucht… Het is bijna
Pasen. En met de paaswake gaan acht mensen in onze gemeente openbare belijdenis
van hun geloof doen. Twee van hen worden dan ook gedoopt. Het is een klein (of
misschien zelfs wel een groot) wonder dat er in deze tijd zo veel mensen zijn
die hun jawoord aan God en zijn gemeente geven. Dat is niet alleen belangrijk
voor de mensen die belijdenis doen, maar ook voor ons allemaal. Hun geloof
versterkt het onze. Dat is iets waar we ontzettend blij over mogen zijn. Ook
dit is nieuw leven! (Het is zelfs nieuw leven in het kwadraat: vier van de
mensen die belijdenis gaan doen hopen in april of mei (opnieuw) vader en moeder
te worden.)
Nog meer nieuw leven… Ik kijk ondertussen ook wel erg uit naar
het nieuwe leven van de lente. Zo eind januari, begin februari ben ik de winter
wel weer zat. En dan valt er in maart nog zo’n pak sneeuw! Terwijl ik dit
schrijf smelt de sneeuw als sneeuw voor de zon. Gelukkig maar!
Maar uiteindelijk gaat het om het vernieuwde leven van
Pasen. De Heer is waarlijk opgestaan! Onze toekomst is zekergesteld doordat
Jezus uit de dood is opgestaan. Pasen is niet voor niets het belangrijkste
christelijke feest!
Met al dat nieuwe leven zouden we bijna vergeten dat er ook
leven is dat ten einde loopt. Ons bereikte het bericht dat Akke Stoel overleden
is (zie ook het vorige Kerkvenster). Toen wij in de pastorie kwamen wonen
kregen we van haar een kaartje om ons welkom te heten in het huis waar zij
geboren is (in 1915). Haar vader was hier jaren predikant. (In het vorige
Kerkvenster is abusievelijk vermeld dat hij meer dan 20 jaar voorganger is
geweest. Dat is ook wel zo, maar ds. Stoel is hier voorganger geweest van 1902
tot 1940 – bijna 40 jaar dus.) Moge zij rusten in de vrede van onze Heer.
Voor degenen die wachten op het laatste artikel in de reeks over De
Nieuwe Bijbelvertaling: dat wordt volgende keer geplaatst.
Ik wens u, ook namens Bregina, een fijne paastijd toe.
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, februari 2005
Het bloed kruipt waar het niet gaan kan… Ik heb u geloof ik
wel eens verteld dat ik zo’n honderd jaar geleden in de automatisering gewerkt
heb. Sindsdien heb ik geen computerprogramma meer geschreven. Maar nu is daar
verandering in gekomen. Enige tijd geleden hebben Bregina en ik namelijk met
een digitaal fototoestel foto’s genomen van de jeugdclub, de kerkdienst van
eerste kerstdag en het kinderkoor. Deze foto’s wilde ik per e-mail versturen
aan de mensen die erop stonden, maar het bleek dat daarbij problemen ontstonden
omdat foto’s erg grote computerbestanden zijn. Toen bedacht ik me dat ik nog
ergens op het internet een website moest hebben. Ik heb dus vervolgens die
foto’s op die website gezet. Maar al doende kreeg ik lol in het maken van zo’n
website, dus zette ik er nog meer dingen op. Op dit moment staan die foto’s er
dus op, maar ook een paar nummers van Het Kerkvenster, het rooster van
de kerkdiensten in de komende tijd, de agenda, onze “plaatselijke regeling” en
een aantal verwijzingen naar andere kerkelijke websites. Misschien hebt u nog
meer ideeën van dingen die ik op die website zou moeten zetten. Laat het me
weten! Het adres van deze website is:
www.pkn-vriescheloo.nl.
Hij is ook te bereiken via de website van de Protestantse Kerk in Nederland:
www.pkn.nl.
Klik dan vervolgens onder het kopje Websites
plaatselijke gemeenten op de letter V. Dan krijgt u een overzicht
van alle websites van gemeenten die beginnen met een V. Klik dan op Vriescheloo.
Het veertigdagenboekje is nog bij mij te koop (€ 3,00). Dit
dagboekje voor de veertigdagentijd is een goede manier om de veertig dagen te
beleven, om tijd vrij te maken voor de inkeer, de verstilling, de verwondering
en de (zij het misschien nog gedempte) vreugde van de vastentijd en Pasen. De
titel van het boekje van dit jaar luidt: Kruiswoorden en kruisdragen.
Het sluit aan bij de zondagse kerkdiensten. Van harte aanbevolen!
Ik wens u, ook namens Bregina, een gezegende
veertigdagentijd toe,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, januari 2005
De tiendaagse veldtocht van Kerstmis (zo noemde een collega
dat) zit er weer op. Het was erg druk, maar ook erg fijn. Doen we volgend jaar
weer! Maar ondertussen ben ik al weer druk met Pasen bezig. Is dat niet wat
vroeg? Och, ten eerste valt Pasen dit jaar vroeg (27 maart) en ten tweede ben
ik de coördinator van het veertigdagenboekje, een dagboek voor de
veertigdagentijd.
De veertigdagentijd is de voorbereidingstijd op Pasen, zoals
de advent is voor Kerstmis, en begint op 9 februari (Aswoensdag). Vanouds is de
veertigdagentijd de periode dat catechisanten zich voorbereiden op hun doop in
de paasnacht. Vasten was daarvan een vast bestandsdeel. Maar ook voor al
gedoopte christenen is de veertigdagentijd een tijd van verstilling, verwondering
en een toeleven naar Pasen. De laatste jaren krijgt de veertigdagentijd, en
vaak in het bijzonder de stille week (de week voorafgaande aan Pasen), in veel
gemeenten meer aandacht. Daarom ook zijn we in Woerden, nu elf jaar geleden,
begonnen met het maken van een (ieder jaar nieuw) veertigdagenboekje. Het is
een dagboek, waarin voor iedere dag een bijbellezing wordt gegeven en een
verwerking daarvan (een overdenking, een gedicht, een verhaal of iets anders).
De bedoeling ervan is dat de gebruiker van het veertigdagenboekje meer bewust
toeleeft naar Pasen.
Vanaf eind oktober is een groot aantal mensen bezig om dit
veertigdagenboekje te maken. Het wordt ieder jaar in meer plaatsen in
(kerkelijke) gemeenten en parochies verkocht (dit jaar zijn het er ongeveer 15)
in een oplage van 1500 exemplaren. Het is de bedoeling dat het op 28 januari
verschijnt. Mocht u nieuwsgierig geworden zijn: het is bij mij verkrijgbaar
voor € 3,00. Sinds vorig jaar maken we ook een boekje voor kinderen. Kosten: €
0,50.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, december 2004
De ene man-met-baard is nog niet naar Spanje vertrokken of
de andere staat alweer voor de deur: de kerstman. Ik moet u bekennen dat ik een
hekel heb aan die rondbuikige, “ho, ho, ho”-blčrende malloot met zijn
appelwangetjes. Want wie is die kerstman nu helemaal? De kerstman in zijn
huidige gedaante komt oorspronkelijk uit Nederland. Hij is zijn leven begonnen
als… Sinterklaas! Nederlandse kolonisten namen Sinterklaas aan het begin van de
zeventiende eeuw mee naar Amerika, waar hij een nogal noodlijdend bestaan
leidde. Maar op een gegeven moment werden echter alle midwinterfestiviteiten
vereenvoudigd, en daarom verplaatste men sinterklaasavond naar kerstavond. En
zo veranderde de Nederlandse Sinterklaas in de Amerikaanse Santa Claus, de kerstman.
Maar pas in de dertiger jaren van de vorige eeuw kreeg hij zijn huidige
uiterlijk. Een reclametekenaar van de Coca-Cola Company gaf hem zijn dikke
buik, zijn ronde, blozende wangen en zijn rode pak. Sinds de jaren vijftig is
hij niet meer weg te denken uit de Amerikaanse cultuur. En mét de Amerikaanse
films kwam hij ook weer terug in Nederland.
Maar waarom heb ik nu zo’n hekel aan hem? Ten eerste vind ik
hem een ongewenste vreemdeling. Laten we hem zo snel mogelijk terugsturen naar
Amerika. Wíj hebben hier de echte Sinterklaas al en hebben geen behoefte aan
surrogaat. Ten tweede leidt de kerstman af van waar het werkelijk met kerstmis
om gaat: de geboorte van Jezus Christus. Wat heeft die kerstman daarmee te
maken? Ik weet wel… je kunt hetzelfde zeggen van de kerstboom en allerlei
andere kerstgebruiken, maar de kerstman is geen ding of gebruik, maar een
persóón. Een kerstbóóm is een versiering, maar de kerstmán is een verdringer. Overal
waar hij opduikt wordt niet meer gesproken over de geboorte in Betlehem. De
kerstman is een vijand van het christendom!
Ik zie erg uit naar kerstmis hier in Vriescheloo. Het wordt
voor mij wel een drukke periode met twee kerstdiensten en de kerstwijding. Een
mooie test voor mijn stressbestendigheid. Maar aan de andere kant: het is wel
een van de hoogtepunten van het kerkelijk jaar. En voor mij persoonlijk
betekent kerstmis toch altijd weer het ultieme bewijs van Gods trouw aan ons:
Hij heeft tóén ingegrepen in de wereld en daarom weet ik dat Hij het weer zal
doen.
Ik wens u, ook namens Bregina en Tim, gezegende kerstdagen
toe en een goede jaarwisseling.
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, november 2004
Hebt u dat nu ook? Dat de tijd zo snel voorbij lijkt te
gaan? Je knippert een paar keer met je ogen en er is weer een dag voorbij. Een
week stelt niets meer voor. En terwijl ik nog helemaal op de zomer ben
ingesteld, is het ondertussen al weer herfst. Zo lijkt het nog maar kort
geleden dat mijn de kinderen naar de peuterspeelzaal gingen, en nu wordt
Sebastiaan, onze oudste zoon, vader! Dat betekent dat ik opa wordt en Bregina
oma. We hadden gedacht dat het nog wel enige tijd zou duren voordat we oma en
opa zouden worden (Sebastiaan is nog geen 20), maar we zijn er toch erg blij
mee! Zijn Ellen is een paar jaar ouder en samen zullen ze vast een goede vader
en moeder voor ons kleinkind zijn.
Terwijl ik dit schrijf worden er op veel plaatsen in
Nederland kerken, moskeeën en scholen in brand gestoken. In IJsselstein nota
bene, de plaats waar ik dit voorjaar mijn leervicariaat heb gedaan, hebben ze
molotovcocktails tegen de muur van de moskee gegooid. En in Utrecht, waar ik
gestudeerd heb, hebben ze twee kerken in de brand proberen te steken. Het lijkt
hier wel Indonesië! Natuurlijk is de aanleiding van dit alles – de moord op
Theo van Gogh – verschrikkelijk, maar de gevolgen hiervan worden naar mijn idee
een beetje overtrokken. Okee, er is iemand vermoord om zijn mening, en dat is
op geen enkele manier goed te praten. Maar om nu te gaan zeggen dat je
kennelijk geen vrije mening meer mag hebben… Er worden ook mensen om hun geld
vermoord, en dan is er niemand die zegt dat je kennelijk in Nederland geen geld
meer mag hebben. De gespannen situatie die nu lijkt te ontstaan, is volgens mij
meer het gevolg van de overspannen reacties van journalisten, “deskundigen” en politici.
“Het kabinet verklaart de oorlog aan het terrorisme.” Wat is dit voor krijgszuchtige
taal? Ik vind het de taak van journalisten en politici om problemen verstandig
en bedaagd te bespreken en op te lossen, niet om allerlei wildwestverhalen op
de televisie te vertellen!
Nu ja, ik wind me te veel op. Natuurlijk is het
moslimfundamentalisme een ernstig probleem, maar er moet niet vergeten worden
dat het grootste deel van de moslims, net als het grootste deel van de
christenen, goedwillende mensen zijn. In de moskee van IJsselstein heb ik
alleen maar goede mensen ontmoet. De oplossing voor de problemen tussen de
geloven moet worden gezocht via de dialoog. Ik zou de dames en heren politici
willen oproepen daar eens snel mee te beginnen. En als ze toch bezig zijn, dan
kunnen ze misschien tegelijk ook eens wat inhoud geven aan die “normen en
waarden” waar ze al tijdlang de mond van vol hebben zonder erbij te zeggen wat
ze nu precies bedoelen (behalve dan dat ze er moeten zijn). Bijvoorbeeld dat
het uiten van wat voor vrije mening ook niet gepaard mag gaan met beledigingen of
het oproepen van geweld, maar dat respect voor een ander altijd voorop moet
staan. Het is de toon die de muziek maakt…
Laten we ons hart warm en ons hoofd koel houden!
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, oktober 2004
Geweldig! Dit woord zou ik willen gebruiken om de
welkomstdienst van zondag 26 september te omschrijven. Wat een inzet van zoveel
mensen! Met de muzikale uitingen (gezongen en gespeeld), met het spel van de
kinderen, met de verkondiging, de liturgie en de gebeden (“Wij gaan u voor in
stil gebed…”), met de sfeer en met de volle kerk werd ons duidelijk gemaakt dat
wij welkom zijn in Vriescheloo. En niet alleen dat, maar ook dat ik, als
zogeheten herder, er niet alleen voor sta, maar dat wij – herder en kudde – elkáár
kunnen en moeten helpen. Dat er een wederkerigheid is tussen kudde en herder.
Dat wij allemaal de verantwoordelijkheid hebben om onze gaven en talenten in te
zetten voor het Koninkrijk. Ieder op zijn of haar eigen manier.
We hebben ook genoten van het samenzijn na de dienst. Voor
de eerste keer het Gronings volkslied gezongen, heerlijk gegeten, mensen
ontmoet, weer samen gezongen. Wéér zoveel mensen die hun talenten
voortreffelijk inzetten.
Ik voelde me zó welkom dat ik er bijna van ging zweven.
Gelukkig(?) gebeurden er in de week na de welkomstdienst een paar dingen die me
weer naar de aarde deden afdalen. Eerst reed ik ons Pandaatje wat te
enthousiast achteruit, waarbij ik een boom raakte. Gevolg: een deuk. Niet in de
boom (die maakt het uitstekend – dank u), maar in de auto en in mijn ego. Ik
sprak een enkel woord dat voorgangers normaal niet bezigen (vier letters, het
begint met een s en eindigt op een t, en het is niet sint, ook al heeft
het daar enige klankverwantschap mee). Daarna ging ik al net zo enthousiast met
een boormachine aan de slag en raakte daarbij een waterleiding (ja, ja, dat is
knap stom: ik heb het mezelf al verteld). Natte voeten in de pastorie. Nee
hoor, zo erg was het niet, maar er moest wel een loodgieter aan te pas komen. En
ten slotte… Ik verwachtte een ten slotte, want alle goede dingen bestaan in
drieën, dus waarom de kwade dingen niet? Maar het kwam niet – of is nog niet
gekomen: ik houd mijn hart vast…
Zo weet ik dus weer dat ik geen mens zonder fouten ben. Na
de oase-ervaring van de welkomstdienst was het nodig het evenwicht opnieuw te herstellen
met een woestijnervaring. Maar toch zijn wij alle mensen die op wat voor manier
ook aan deze dienst hebben meegewerkt zeer dankbaar.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
 |
|  |
| |
Het Kerkvenster, september 2004
U hebt het misschien al gemerkt: de pastorie is weer
bewoond. Sinds half augustus zijn wij – Erik, Bregina en Tim Terwan – er komen
wonen. Wie zijn wij? Laten we onszelf eerst even aan u voorstellen.
Erik: Ik ben in 1961 in Rotterdam geboren, op de leeftijd van anderhalf jaar
verhuisd naar Hellevoetsluis en daarna op negenjarige
leeftijd naar Woerden. Daar ontmoette ik Bregina – die later mijn vrouw zou
worden – in de vierde klas van de lagere school (voor jongere lezers: groep zes
van de basisschool). Ik ging naar de havo en een blauwe maandag naar de hts. Daarna
ging ik werken in de ICT (voor oudere lezers: de automatisering) en trouwde ik in
1982 met Bregina. We kregen twee kinderen, Sebastiaan (1985) en Tim (1987).
De ICT en ik waren in het begin goede vrienden, maar later
verwaterde de vriendschap nogal, zodat ik ging uitzien naar een andere manier
om in ons levensonderhoud te voorzien. Het werd een roeping: ik ging theologie
studeren om daarna predikant te kunnen worden. In 1996 ben ik begonnen aan een
voorbereidend jaar met Latijn, Grieks en nog een paar vakken om mijn
havo-diploma wat op te vijzelen. In 1997 begon het echte werk. En sinds die
tijd heb ik heel wat bloed, zweet en tranen (nou ja, eigenlijk niet echt bloed)
geplengd op het offeraltaar van de theologiestudie. Het einde komt nu een
beetje in zicht, maar het is waar wat ze zeggen: de laatste loodjes wegen het
zwaarst.
In april van dit jaar stuurde ik een sollicitatiebrief naar
Vriescheloo. Na aankomst werd deze brief opgevreten door een hond (wáár
gebeurd; ik schrijf kennelijk erg lekkere sollicitatiebrieven), maar de hond in
kwestie had geen zin in mijn telefoonnummer, waardoor men mij kon bellen om een
nieuwe brief. Deze heb ik toen maar per e-mail opgestuurd (honden lusten geen
e-mails). Tot onze grote vreugde werd ik in Vriescheloo aangenomen en ben ik op
1 september met mijn werk als voorganger begonnen.
Sebastiaan is in Holland achtergebleven: hij werkt in
Woerden en is in juni het huis uitgegaan toen hij samen met zijn vriendin in
Bodegraven een huis kon krijgen. Tim is wel met ons meegekomen naar
Vriescheloo.
Bregina: Ik ben al 22 jaar getrouwd met Erik en fulltime
huisvrouw en moeder. Voor we naar Vriescheloo kwamen wist ik niet wat het
inhield om uit je woonplaats weg te gaan. Ik ben geboren en getogen in Woerden.
Dáár wonen onze ouders, familieleden en vrienden. Dáár ging ik naar school en
trouwde met Erik. Dáár werden Sebastiaan en Tim geboren. Dáár hielp ik op
school, deed vrijwilligerswerk en maakte tijd voor mijn hobby’s (onder andere: koken,
lezen, zwemmen en tuinieren). Dáár ging ik met vreugde naar de kerk en deed
actief mee aan het samen zijn van gemeente, van kerk (kringen, meertalig
avondgebed, kerkvrienden (verstandelijk gehandicapten die met ons meegingen
naar de kerk), kindernevendienst). Dáár was ruim veertig jaar mijn leven.
En nu hier in Vriescheloo, waar alles zo heel anders is.
Ondanks mijn stralende lach, mijn praatjes met verschillenden van u, het
meezingen bij Joy, vind ik het soms best moeilijk, omdat ik me af en toe
ontworteld voel. Ik hoor niet meer dáár, maar ook nog niet hier. Toch zie ik
ons wonen hier en deel uitmaken van de gemeente met spannende vreugde tegemoet.
Een mooier welkom had u ons niet kunnen geven op 11 juli en
ik zie vooruit naar de dienst van zondag 26 september, waarin we officieel
(nogmaals) welkom worden geheten.
Tim: (“Wil jij een stukje voor de kerkbode schrijven?” “Nou…
nee.” “Vind je het dan goed dat ik een stukje schrijf?” “Ja hoor.” Zo kreeg ik
dus carte blanche om over Tim te schrijven. Maar ik zal het netjes houden.) Tim
heeft dit jaar het vmbo-t afgerond. Dit kwam met de verhuizing goed uit, omdat
hij toch naar een andere school zou moeten gaan. Maar hij was niet overdreven
blij met het feit dat we naar Vriescheloo zouden verhuizen. Al zijn vrienden
heeft hij in Woerden moeten achterlaten. Hij is dus al twee keer een weekendje
naar Woerden terug geweest. Inmiddels is hij begonnen aan een ICT-opleiding op
het Noorderpoortcollege in Winschoten. (Erik: “Nou ja, jongen, je kunt altijd
nog theologie gaan studeren.”) Tim houdt van muziek, computeren, televisie
kijken en rondhangen.
Zo, nu weet u een beetje wie zij zijn. We hopen dat we,
samen met u, een goede tijd zullen hebben in Vriescheloo. Onze hoop en gebed is
dat we met elkaar, bij lief en leed, de komende tijd mogen wandelen in het
licht van onze God. Wij geloven dat God ons hier in Vriescheloo heeft gebracht
en wij vertrouwen erop dat Hij met ons mee zal blijven gaan.
Tot slot
Door alle drukte van verhuizing en al het geregel en gedoe
daaromheen ben ik niet meer zo aan het wereldnieuws toegekomen. Verder dan wat
koppensnellen en een enkele keer naar het Journaal kijken ben ik niet gekomen. Maar
ik heb wél de afschuwelijke gebeurtenissen in Beslan gevolgd. Ik word – als ik
van zulke dingen hoor – afwisselend boos en verdrietig, begrijp niet hoe mensen
tot zulke beestachtige wandaden in staat zijn, begrijp het vervolgens een
beetje als ik mijn eigen woede, verdriet en wanhoop over deze wereld
uitvergroot (want dit is volgens mij wat er bij die daders gebeurt: te sterk uitvergrote
frustratie over hun toestand), maar eindig dan toch weer bij onbegrip: hoe
halen mensen dat soort dingen in hun hoofd? Aan de ene kant zou ik ze aan de
hoogste boom willen opknopen, maar aan de andere kant ben ik ook blij dat ik
niet hun rechter ben. Dit is bij mij een gevecht tussen gevoel en verstand. Het
verstand zegeviert dan gelukkig meestal ten slotte.
Maar ik las ook een bericht op de website van de Ikon
(www.ikon.nl) waar
ik enige tijd over heb lopen nadenken. De aartsbisschop van Canterbury (zeg
maar: de paus van Engeland) zei dat zijn geloof danig op de proef werd gesteld
door het bloedbad in Beslan. “Het is waarschijnlijk het lijden van kinderen dat
het persoonlijke geloof van eenieder het sterkst op de proef stelt,” zei hij. Dát
snap ik dus niet. Ten eerste lijkt het wel of die man nog nooit eerder heeft
nagedacht over het probleem van het lijden in de wereld (heeft hij in de klas
zitten slapen toen het over de Tweede Wereldoorlog ging?). Maar erger vind ik
dat hij zo de schuld van dat bloedbad in de schoenen van God probeert te
schuiven: God greep niet in, dus is Hij verantwoordelijk voor de gebeurtenissen.
Maar volgens mij zijn het mensen die verantwoordelijk zijn. De dader heeft
het gedaan is de titel van een musical van Annie M.G. Schmidt, maar is ook
hier van toepassing. Het zijn mensen die deze verschrikkelijke dingen hebben
gedaan, niet God. God heeft de mensen de gave van de vrije wil en van de
verantwoordelijkheid gegeven. Dát is wat mensen onderscheidt van dieren. Dáárom
zijn mensen de kroon op Gods schepping. Maar omdat mensen een vrije wil hebben,
kunnen ze ook de verkeerde dingen willen. En als God dán zou ingrijpen, dan zou
hij de vrije wil tenietdoen, en daarmee ook de mens zelf. Mensen blijven
verantwoordelijk voor hun eigen daden en zullen daarvoor verantwoording moeten
afleggen aan de Rechter.
Dat neemt niet weg dat het natuurlijk verschrikkelijk is wat
daar in Beslan is gebeurd. Ik denk dat God dat ook vindt. En ik denk ook dat
God een medelijdende en troostrijke God is. Niet alleen in de toekomst (want ik
geloof dat eens alles goed zal komen), maar ook nu. In mensen, in een
troostrijk woord of gebaar, in kleine dingen als het zingen van een vogel of
het bloeien van een bloem, kan het medelijden en de troost van God ineens
gestalte krijgen.
Met hartelijke groet, ook namens Bregina,
Erik Terwan.
| |
 |
|  |
Copyright © Protestantse gemeente te Vriescheloo
2008 Laatste wijziging: 13-7-2007
|
|
|